Ensemble
Rolf Hermsen: gitaren,
banjo, zang, synthesizer, metallofoon
richtte samen met Mathilde het ensemble op. Hij levert veel arrangementen,
nu en dan composities, is leider en art-director van de groep. Gediplomeerd
grafisch ontwerper maar muzikaal autodidact. In het new wave kwartet The Tapes
(1972-1982, drie lp's) was hij zanger, gitarist en componist/tekstschrijver. In
het laatste jaar van het bestaan van The Tapes raakte hij bevriend met Mathilde.
Al snel stond zij met de groep op het podium.
Sebastiaan Koolhoven: viool,
gitaren,piano, banjo, synthesizer, marimba
reageerde op een advertentie die Mathilde ooit plaatste in de rubriek 'musici
gezocht'. Van talrijke, veelsoortige reacties die ze ontving was de cassette met
eigen werk die Sebastiaan haar vanuit Westervoort stuurde een van de weinige die
haar nieuwsgierig maakten. Sebastiaan studeerde viool aan het Rotterdams
Conservatorium en leerde zichzelf gitaar spelen. Meer en meer profileert hij
zich binnen het Ensemble als arrangeur. Zijn nieuwe rol als pianist tijdens de
huidige theatertournee is voor de groep van cruciaal belang.
Michael Vatcher: percussie, samples, drums, marimba, metallofoon,
hakkebord, bellen
werd geboren in Californie. In 1979 landde hij, na anderhalf jaar New York,
in Europa. Hij is percussionist in de allerruimste zin van het woord: hij
beoefent zoveel mogelijk muzikale genres en probeert alles uit wat geluid maakt.
Zijn laatste grote liefde is de hakkebord, een snaarinstrument dat, zoals de
cymbalon, met kleine stokjes wordt aangeslagen. Michael werkte en werkt nog
samen met mensen als Maarten van Altena, Tristan Honsinger, Michael Moore en
John Zorn en met zijn meest eigen band Available Jelly.
Peter Meuris: drums, percussie, piano, viool, marimba, metallofoon,
accordeon, synthesizer, zang
kreeg, als zoon van een pianolerares, op zijn vijfde de eerste lessen op dit
instrument. Voor hij achttien was, had zijn instrumentarium zich uitgebreid met
viool, klassiek slagwerk en basgitaar. Uiteindelijk koos hij voor het drumstel (hij
was drummer bij The Tapes) maar binnen het Ensemble wordt op al zijn
vaardigheden een beroep gedaan. Dus speelt hij ook piano, marimba, accordeon en
viool.
Simon Planting: contrabas
is een flexibel en veelgevraagd musicus die ervaring opdeed in een breed
scala van muzieksoorten: jazz in big bands en combo's, zigeunermuziek (Fappy
Lafertin), chansons, theater- en popmuziek. Simon was gelukkig als freelancer en
vastbesloten nooit meer in een vaste groep mee te draaien. Maar net voor hij bij
het Ensemble werd gevraagd las hij in een weekblad-horoscoop onder zijn
sterrenbeeld dat hij nieuwe kansen serieus moest overwegen. Hij bleek de laatste
'missing link'.
____________________________________________________________________________________________
Na de voltooing van Mathilde's debuutplaat beloofden Mathilde en Rolf elkaar
dat ze ooit nog eens samen een plaat zouden maken, 'maar dan anders'. In 1985
was de tijd rijp voor het opstarten van dit project en het leek een goed idee
eerst een groep samen te stellen, daarmee een live-repertoire op te bouwen en
dan, ingespeeld, een plaat op te nemen. Daarna zouden ieders wegen zich
waarschijnlijk weer scheiden.
Alles verliep, in grote lijnen, volgens plan. Alleen het scheiden der wegen na Out
of this dream lukte niet zo. Het Ensemble werd een steeds hechter spelend
gezelschap, kreeg als live-band ook internationaal een reputatie die volkomen
los kwam te staan van welke plaat dan ook en ophouden zou eeuwig zonde geweest
zijn, onzuinig en onnodig.
Het Ensemble dankt zijn speciale karakter aan de verschillen in achtergronden en
interesses van de groepsleden. De muziek die uit deze gecombineerde
eigenzinnigheden voortkomt heeft niemand nog in enige categorie kunnen indelen.
Dat is leuk aan de ene kant, de keerzijde van de medaille is dat er ook
eigenlijk geen goed speelcircuit voor deze muziek bestaat. Zeker de pop-podia,
waar het Ensemble zijn eerste live-ervaring opdeed, bleken ongeschikt voor de
fijnere puntjes, de breekbare details. De dynamiek van het concert moest worden
aangepast aan een constante onderstroom van gezelligheid en biergeluiden.
In de loop van de tijd is dit probleem verdwenen. Met de toegenomen
speelervaring is het Mathilde Santing Ensemble nu alle mogelijke situaties de
baas, maar ook is er hard aan gewerkt om de juiste locaties, het best mogelijke
circuit te vinden. Er wordt nu 'groot', dus met veel instrumenten, versterking
en elektronica gespeeld in het theatercircuit en 'klein', dus zacht en met in
hoofdzaak akoestische instrumenten in speciaal uitgezochte intieme gelegenheden.
In die kleine categorie valt het project Handbereik dat in het najaar van
1988 is uitgevoerd, een belangrijk wapenfeit in het bestaan van de groep, dat
zich evenwel grotendeels in de obscuriteit heeft afgespeeld. Daarom nu iets meer
erover.
Toen de groep net bestond kwam Mathilde op het idee om, voor een concertreeks in
Londen, een paar try-outs te geven in de eigen oefenruimte. Een podiumpje stond
daar al, dus er werden stoelen gehuurd en advertenties in de krant gezet en het
Ensemble speelde drie keer in zijn eigen club voor een enthousiast publiekje.
Een jongensdroom, een meisjesdroom bewaarheid. Jarenlang is die droom
vastgehouden en in 1987 resoluut de werkelijkheid ingetrokken. Na de oprichting
van een 'Stichting Ensemble Humain', die zich de bevordering ten doel stelt van
'de menselijke hand van muziek maken', is bij WVC subsidie aangevraagd voor een
tournee langs sfeervolle, ongebruikelijke locaties waar op een speciaal
ontworpen podium zou worden gespeeld, met een minimum aan versterking en een
maximum aan contact tussen de musici en met het publiek. De aanvraag werd
gehonoreerd en samen met Stalles Theaterprodukties is het land afgespeurd naar
geschikte locaties. Twintig onvergetelijke (en uitverkochte) concerten waren het
resultaat, met hoogtepunten als de spoorweggeluiden bij het optreden in de
Eerste Klas Restauratie op het Centraal Station van Amsterdam en de
kerkorgelbegeleiding in de Hoornse Oosterkerk. Het idee klopte en de uitvoering
ervan is voor herhaling vatbaar.
Het Mathilde Santing Ensemble heeft met veel succes gespeeld in Londen, Zurich,
Wenen, Hamburg en andere Europese steden. Buitenlandse hoogtepunten in 1988
waren de deelname aan de festiviteiten rond Berlijn Culturele Hoofdstad en de
uiterst succesvolle concerten in New York tijdens het New Music Seminar: 'When
Santing left the microphone behind to stroll the club singing Why try to
change me now to the accompaniment of a string trio, she gave evidence that
sometimes the newest music is a fresh way of treating old musical ideas in a way
that reinvigorates them. If there was a discovery at the New Music Seminar, it
was Mathilde Santing, whose voice should be heard long after the loud guitars
and beat boxes are stilled.' (William Ruhlmann in de New York City Tribune)
|