|
Naast jou
____________________________________________
tekst: Lennaert
Nijgh muziek: Boudewijn de Groot
origineel door:
Boudewijn de Groot (1966)
op repertoire concert Hommage aan Lennaert Nijgh
november 2004
niet verschenen op lp/cd/single
____________________________________________
Nee, ik heb nog niets begrepen van je woorden
'k heb m'n moed nog lang niet bij elkaar geraapt
ik weet zeker nu dat ik jou huilen hoorde
je ligt naast me en je doet alsof je slaapt
En ik weet dat jij, als ik je aan wil raken
kribbig afweert alsof ik een vreemde ben
ik ben bang voor jouw gezicht als we ontwaken
ik ben bang dat ik je dan niet eens meer ken
En ik kan jouw lichaam in het donker naast me
bijna zien, ik ken er ieder plekje van
misschien zie ik je nooit weer en het verbaast me
dat ik nu zo kalm en helder denken kan
Ik herken zelfs jouw manier van ademhalen
in het donker van ons harde smalle bed
en ik voel de warmte van je lichaam stralen
al heb jij mij dan ook in de kou gezet
'k Weet nog goed de eerste nacht dat wij hier waren
het was winter en jij had de trein gemist
in m'n bed lag jij wat voor je uit te staren
omdat jij er nog niet al te veel van wist
En ik wilde wel heel graag ervaren lijken
maar ik wist er ook niet veel meer van dan jij
's morgens durfden we elkaar niet aan te kijken
'k had er spijt van en was toch wel heel erg blij
Het is ochtend en de zon is al gaan schijnen
door m'n wimpers zie ik je in de kamer staan
in het zachte licht dat valt door de gordijnen
en je schaamt je nu voor mij, je kleedt je aan
Ik hoop dat ik nooit meer zo'n nacht zal beleven
en het geeft niet of ik mijn gevoel verdruk
maar je hebt me bij het afscheid iets gegeven
de herinnering aan liefde en geluk
En ik spring uit bed, ik gooi de ramen open
mensen zwermen op het plein, de lucht is blauw
ik wil zonder doel en zonder wegen lopen
en gelukkig zijn, als is het niet met jou
'k Wil naar zee toe om te rijden op de golven
ik wil vliegen als een vogel door de lucht
in de wolken zijn of onder schuim bedolven
't is voorbij en ik ben vrij en met een zucht
met een lach en met een traan ben ik door straten
van de stad waar het nu lente is gegaan
en ik heb de winter achter me gelaten
onze liefde kan niet langer meer bestaan
Maar al ga ik hier vandaan, toch blijf ik zingen
ik heb altijd nog een lied en m'n gitaar
ik blijf dromen van precies dezelfde dingen
'k zal je weerzien en we blijven bij elkaar
|