|
Eenicheydt
is armoedt
___________________________________________
tekst:
G.A.
Bredero arrangement:
Sebastiaan
Koolhoven
origineel uit liedboek
rond 1600
op repertoire May Be - tour 2000
niet verschenen op lp/cd/single
___________________________________________
Wat baat u de voochdy
van Landen en van Steen
En ’t prachtighe ghebouw vol duure kostel-heen,
Daer ghy in woont, verseldt met princelijcke stoet,
Als ghy des nachts alleen in ’t bedde slapen moet?
Wat baat de
groote sleep de Joff’ren blanck en bly
En ’t Vorstelijck ghevolch der Princen groot en vry?
Wat baat dat yeder u als Godd’lijck bidt en groet,
Als ghy des nachts alleen in ’t bedde slaepen moet?
Wat baat dat
ghy een myl van Musck en Amber rieckt
En dat ghy leckerlijck met Wijn zijt op ghequieckt
En dat de dertelheyt u jonckheyt heeft ghevoet,
Als ghy des nachts alleen in ’t bedde slaepen moet?
Wat batet of
ghy schoon uyt gulde vaten eet
En dat ghy aanden disch de hoochste plaets bekleet
En of al de lust vaeck kittelt, sacht en soet,
Als ghy des nachts alleen in ’t bedde slaepen moet?
Wat baat de
schoonheydt, die ten ooghen uyt u blinckt,
Soo edel, dat de Son, de gulde Sonne sinckt
En deckt sijn glansich hooft met purper en swart bloet,
Als ghy de nachts alleen in ’t bedde slaepen moet?
Wat baar dat
u verstant soo wijs is en gheleert,
Dat al de werelt dat verwondert, acht en eert
En dat de Fame u ontsterflijckheyt aen doet,
Als ghy des nachts alleen in ’t bedde slapen moet?
Behalven
alle de vreucht, soo slaept men soet en warm,
Ick wensch gheen meerder schat als mijn Lief in den arm:
Gij syt de armste mensch, al sydy rijck van goet,
Als ghy des nachts alleen in ’t bedde slapen moet!
|