ZIZO nummer 55, 
november / december 2002

tekst Caroline De Peuter
fotografie Rob Becker
_____________________________



De koningin die
niet op haar
troon wil zitten

mathilde santing

 


NA EEN KORTE FLIRT MET NEW YORK woont Mathilde Santing weer als vanouds in Amsterdam Oud-Zuid. Voor het eigenlijke interview begint eten we een rijstschotel op het terras van het enige café in haar straat, met Pakistaanse uitbater en rasechte Amsterdamse vaste klanten. Mathilde komt hier vaak – “
Het is een café waar steeds dezelfde tien mensen zitten; zet hier camera’s en je hebt zo een soap”. Ze voelt zich in haar sas, en speelt het brutaaltje tegen een oudere man die begint door te drammen over sigarettenrook die alsmaar de verkeerde kant lijkt op te gaan. “Dat ben ik, dat is mijn kastanjekarakter: er ís een blanke pit, maar voor je ’t weet, zit de bolster er omheen!” Ze zegt het zo triomfantelijk, met haar rood mutsje op dat me doet denken aan de zanger van Drukwerk (‘Je loog tegen mij..’.) en haar ogen verborgen achter een paarse zonnebril, dat ik op dat moment eerder de pit dan de bolster zie.

negen levens

In januari gaat Mathilde van start met een nieuwe theatertournee, ‘De negen levens van Mathilde Santing’ Santing’, die verrassend genoeg Nederlandstalig èn autobiografisch zal zijn.
Mathilde: “Ik ben ooit begonnen als Nederlandstalige
zangeres, maar het is waar dat ik vooral Engelstalig werk breng. Tussendoor heb ik wel geëxperimenteerd met Nederlandstalige liedjes, maar ik hou niet van het mengen met Engelstalige songs op cd’s of tijdens optredens. Op vraag van de AVRO heb ik bijvoorbeeld een liedje van Annie M.G. Schmidt gezongen, en ‘De appels op de tafelsprei’ van Toon Hermans Hermans. De clip die we daarbij gemaakt hebben was een idee van de regisseur, Erwin Olaf Olaf. Hij vond dat bij dat licht erotisch nummer het beeld paste van mij, in bed met mijn vriendin. Antje, die tien jaar lang mijn vriendin is geweest, zag er toen fantastisch uit, en dus hebben we die clip samen opgenomen. Achteraf pas dachten we ‘oei’, maar ik was heel blij met de waardering van Toon Hermans. Na de musical ‘Joe’ – waarbij ‘Inspiratie’, het mooiste Nederlandse lied ooit, me zomaar werd aangeboden – waren er plannen ontstaan voor een nieuw soortgelijk project. Dat is niet doorgegaan, maar bleef toch zo’n beetje hangen, dus dacht ik revanche te nemen met een eigen autobiografische voorstelling. Ik ben nog volop op zoek naar de vorm, want ik ben een zangeres, geen cabaretière, stand up comedian of actrice. Het is ook nog maar de vraag hoe ik het autobiografische ga invullen. Er is altijd een spanning geweest tussen Mathilde Santing en de echte Mathilde. Ik héb een waanzinnig interessant levensverhaal, maar tot nu toe heb ik daar niet zoveel over los gelaten. Als we dan toch gaan vertellen hoe Mathilde is geworden wie ze is, dan wil ik die verhalen wel zelf schrijven. Eigenlijk heb ik besloten om in het diepe te springen omdat ik teleurgesteld ben in een aantal mensen die me begeleidden. Ik heb het vak al doende geleerd. Omdat ik enkel zangles heb gehad, en geen conservatorium heb gevolgd, heb ik optreden altijd vanuit de muziek benaderd. Regisseurs focussen op visualiteit, en mijn talent is voornamelijk voor de onzichtbare wereld, ondanks mijn acteertalent, expressief gezicht en exhibitionistisch karakter. Ik ben vooral teleurgesteld door het feit dat zij mij behandelden als een diva, en dat ben ik niet. Ik heb mezelf een opdracht gegeven waarvan ik weet dat ik niet wéét hoe ik het moet doen, maar het zal me weer een stap verder brengen als artiest. Ik ben een autodidact en ik ga verder met me te ontwikkelen, onder mijn eigen kapiteinschap.”


muziek, de ‘onzichtbare wereld’

Op haar 44ste is Mathilde Santing een gewaardeerde, succesvolle artieste. Toch heeft ze het gevoel dat ze veel verder had kunnen staan. “Maar ik heb natuurlijk niet gedaan wat je moet doen om succesvol te worden. Bij een aanbieding ga ik na of het muzikaal interessant is. Lintjes doorknippen doe ik niet, en met een geluidsband optreden ook niet. Ik heb voor de meest chique en dure manier van zingen gekozen.” Eigenwijsheid is een constante geweest, zowel in haar carrière als in haar leven. “Vanaf mijn vijfde zeiden mensen: ‘Mathilde, Mathilde, dat wordt geweldig’ en ik dacht: dat gaat je niets aan. Of dan riepen ze ‘Mathilde, Mathilde, als je ‘ns wist wat ik wilde’ – wat wil ík, daar gaat het over, dacht ik bij mezelf. Ik zing eigenlijk alleen maar voor mezelf. Zingen is geen commerciële aangelegenheid, waarbij ik zo goed mogelijk mijn publiek probeer te bedienen, met wat zij leuk vinden.”
Nochtans heeft Mathilde een grote schare trouwe fans, en genieten heel veel mensen bijzonder intens van haar muziek. Mathilde: “Ik weet wat muziek met mensen kan doen, ik ken de magie van de muziek. We realiseren ons dat te weinig. De muziek is een combinatie van de olie- en de modellenindustrie geworden. De bronnen van het geld lijken onuitputtelijk en er zijn een aantal gezichten mee verbonden die de status van stervoetballers hebben. Je krijgt dus het idee dat het om iets zichtbaars gaat, maar muziek kan je niet zien, het gaat om de onzichtbare, spirituele wereld.

Tegenover het publiek ben ik wisselend in kwaliteit. Soms kan ik me zo voorstellen dat het publiek dat in de zaal zit allemaal  mijn vrienden zijn, maar soms heb ik er gewoon geen zin in, dan doe mijn luiken dicht. Dat is jammer, maar ook wel geinig.  Ik zing, ik ben mezelf, en ik ben niet elke dag even gezellig. Als het goed met me gaat, en als het zingen goed gaat, hou  ik ontzettend van  het publiek. Ik heb des te meer impact op mijn publiek omdat ik er niet op uit ben. Het is wel zo dat  ik mijn hele hebben en houden erin gooi, maar er is wel reden voor een beetje reserve. Het hoort volgens mij samen: aan  de ene kant ben ik super eerlijk, super open en super intiem op het podium – dat kan perfect met muziek – maar dat jullie  als publiek daar dan allemaal super persoonlijke gedachten bij hebben, dat interesseert me niet. Dat klinkt hardvochtig,  maar het hoort samen: als ik niet zo egocentrisch was, zou ik niet zoveel gevoel in mijn muziek kunnen leggen. De magie  zit voor mij ergens anders in dan voor het publiek. De kok die in de pan zit te roeren kan niet meer ongegeneerd proeven.  Door zangeres te zijn ben ik geen consument van muziek meer, en daar ben ik soms wel een beetje triest om. De mensen  in het restaurant willen natuurlijk dat de kok uit de keuken komt, om samen met hen gezellig aan tafel te zitten, en mee te  genieten van de conversatie, maar daar heeft de kok geen zin in.”

new york en jazz

De jazz is een stijl waar ze al langer mee flirt, en vooral op haar laatste cd ‘New Amsterdam’ gaat ze meer die richting uit.
Mathilde: “Ik heb een tijdje niet meer gezongen omdat ik niet meer wist wat ik wilde. Ik heb in de loop der jaren een eigen stijl  ontwikkeld, en dat is een mengvorm van stijlen. Jazz heeft heel veel arrangementen en improvisatie, terwijl pop niet gearrangeerd hoeft te zijn. Soms is pop zo simpel, zo mooi weggelaten, dat het prachtig kaal wordt in vergelijking met het abstracte, ingewikkelde gedoe van jazz. Ik zoek een beetje het evenwicht tussen de twee. ‘New Amsterdam’ moest een plaat van Mathilde Santing zijn, met duidelijke New Yorkse invloeden, maar ook Europese, en dus zijn we later ook gaan opnemen in Europa.”
Is de waardering die ze krijgt in Nederland belangrijk?
Mathilde:
“Aan de ene kant heb ik nooit te klagen gehad, over wat dan ook. Aan de andere kant heb ik het gevoel: als ik een man was geweest, had ik wel meer status gehad. Maar dat komt natuurlijk door mijn eigen gevoel ten opzichte van status: ik ben een koningin die nooit op de troon gaat zitten. Waarom ik niet van die troon hou, weet ik niet, of liever, niet precies. Het is wel raar, want het is natuurlijk één van de leukste beroepen ter wereld. Dat gevoel hoort in ieder geval bij mij, ik heb dat altijd gehad en mensen weten dat ook van mij. Vanaf het begin heb ik gezegd: misschien houd ik er wel mee op, ik ben niet zeker, … en dat heb ik nog steeds. Maar aan de andere kant ben ik me nu aan het opmaken voor nog twintig jaar erbij. En hoe gekker de ideeën, hoe leuker; hoever kunnen we nog gaan?”


biseksualiteit is een stereoterm


Met ouder worden heeft ze geen probleem. Mathilde: “Ik heb niet echt een gewoon leven gehad – niet als artieste, maar evenmin als lesbienne. Op mijn 23ste werd ik voor het eerst verliefd op een vrouw, en ik weet nog dat met die switch over, toen ik me ook mannelijker begon te kleden, meteen ook de blikken van mannen verdwenen. Voor mij als jonge vrouw was dat toen een enorme opluchting. In die zin heb ik geen last van ouder worden, want ik trek al twintig jaar geen mannenblikken meer – er is nu dus niet zoiets als een magische grens gepasseerd. Als je echt een tijd als lesbo door het leven bent gestapt, kan je je uiterlijk veel beter relativeren. Het is gewoon een andere issue. Ik heb natuurlijk ook meer het leven van een man: mijn menopauze is er nog niet, kinderen heb ik niet gehad, … Ik voel me dus nog niet in de overgang, eerder op het top van mijn kunnen. Vooral omdat ik een heftig figuur ben, in mijn emoties en in mijn verslavingen. Ik ben nooit echt verslaafd geweest aan één ding, maar ben wel iemand die eigenlijk wel houdt van een beetje losbandigheid. Door de stem ben ik altijd op het rechte pad gebleven. Ik heb dat nooit erg gevonden, maar heb er wel mee geworsteld. Maar goed, ik ben wat dat betreft een echte Drentse pilotendochter: veiligheid en voorzichtigheid zitten er bij mij goed ingebakken. Ik heb goed voor mezelf gezorgd, ben hartstikke gezond, heb twintig jaar ervaring, en heb sinds ik weer aan het trainen ben geslagen in een betere conditie dan ooit. Het is wel raar dat ik 44 ben. Ik heb ècht het gevoel dat dat niet mijn leeftijd is. Er is een meisje van 13 waar ik op pas, en dat vind ik
de ideale leeftijd voor mij om mee om te gaan.”
Santing heeft zich altijd als biseksueel geprofileerd, maar het heeft lang geduurd vooraleer ze daar voor zichzelf echt vrede mee had én door anderen ook au sérieux genomen werd.

Mathilde: “Ik ben begonnen als hetero, dus was
het raar om mezelf op mijn 23ste plots lesbo te noemen. Ik zei tegen mensen dat ik biseksueel was, maar had wel de lesbo kledingstijl aangenomen. Ook mijn dik zijn had te maken met het feit dat ik überhaupt niet wist wat ik in de seksuele arena moest gaan zoeken. Ik ben veilig en beschermd opgevoed, een blond verwend meisje, maar toen zijn er dingen gebeurd die dat gevoel van veiligheid ondermijnden, in ons gezin, maar ook het omgaan met mijn biseksualiteit. Mijn uiterlijk was misschien een manier om blikken te vermijden.
Het klopt wel dat ik me de laatste tijd weer wat
‘vrouwelijker’ kleed, en inderdaad heeft dit misschien te maken met het feit dat ik weer een relatie heb met een man. Kijk, je kan een mannelijke positie innemen of een vrouwelijke positie. Het gaat niet zozeer  om veranderen, als wel om het veranderen van positie, van uiterlijk, en je kan een reden hebben om dat te doen. Ik heb de laatste jaren een hele ontwikkeling doorgemaakt. Ik denk niet meer zozeer in termen van man/vrouw als ik over mijn partners nadenk,  want zeker de vrouwen waren soms zo mannelijk – niet altijd en ook niet alléén maar mannelijk – dat daar misschien alweer een bepaalde vrouwelijkheid van mijn kant begonnen is. Mannelijke energie heeft voor vrouwen twee functies: iets agressiefs, waartegen je je moet beschermen, maar anderzijds ook bescherming, zodat jij mmm… (leunt tegen denkbeeldig iemand aan) vrouw kan zijn. Die leuke mannelijke energie ben ik tegengekomen bij vrouwelijke lovers, zodat ik weer in staat was om een mannelijke lover aan de haak te slaan.
Biseksualiteit is moeilijk te begrijpen, omdat het
verward wordt met polygaam zijn. Biseksuelen zijn natuurlijk ook van oudsher diegenen die het meest homoseksuelen gekwetst hebben. Maar dieper nog, waarom homo’s en lesbo’s niet kunnen toegeven aan hun eigen biseksualiteit, is het feit dat mensen willen dat je kiest wie je bent. Het biseksuele wordt niet echt overwogen als een  kleur die je kan kiezen, dat vind ik altijd verdacht gek. En als mensen dan toch van zichzelf zeggen dat ze bi zijn, zeggen ze er altijd bij voor hoeveel percent van wat. Waar hebben ze dat laten testen, dat zou ik ook wel willen! Het is bullshit! Kijk, veel  biseksuelen starten als heteroseksueel, want dat is de voertaal. Je spreekt al een aardig mondje Spaans en dan opeens… hoor je Portugees. En je denkt: hé, dat is ook wel leuk; maar dan moet je ook een heel andere wereld leren kennen, met andere codes… 
Je doet mee,
maar af en toe denk je dat het een vergissing moet zijn. Mensen gaan ook anders tegen je doen: eerst was ik een meisje met een grote bek, dan opeens was ik een pot met een grote bek. Of begonnen mensen me te vragen: “Hoe zit dat dan bij jullie met kin- deren?” Alsof we niets van kinderen af zouden weten! We komen net als iedereen uit heel gewone gezinnen hoor. Dat vond ik heel pijnlijk, dat je in beide omgevingen precies dezelfde ontkenning hebt van het feit dat biseksualiteit mogelijk is.
We willen echt zwart/wit denken in deze zaken,
dat is ons geleerd. Alles wat ertussen ligt, is sociaal vies, daar voelen we ons oncomfortabel bij. Ik moet er soms een beetje mee lachen. Laatst zei iemand me: “Nou, je bent weer hetero”. Ik dacht het niet! Ik ben wat ik altijd al was, bi. Het is toch echt te gek; twintig jaar geleden vertelden ze me dat ik toch echt lesbisch was… Het lesbische en het biseksuele loopt bij mij door elkaar – ik ben ‘lesbi’. Biseksualiteit bestaat niet; je bent natuurlijk hetero én homo. Biseksualiteit is een soort stereoterm die verwarrend klinkt, alsof je het ene mist als je het andere niet hebt of de twee moet hebben of… Dat is allemaal niet zo, biseksualiteit betekent alleen maar dat je kàn verliefd worden op mensen van beide geslachten, verder niets. Het is trouwens bewezen dat de menselijke soort niet gemaakt is om monogaam te zijn. We moeten het allemaal wel zijn, maar het is helemaal niet modern of ruimdenkend om te mikken op dat huisje-boompje-beestje ideaal en te verwachten dat we daarmee nu allemaal gelukkig gaan worden.”

lesbisch rolmodel?

Als openlijk biseksuele Bekende Nederlander heeft Mathilde Santing wel de naam een boegbeeld van de holebi’s te zijn. Die voorbeeldfunctie heeft ze niet gezocht - ze was bezig met haar vak - maar ze heeft er geen probleem mee.
Mathilde: “Ik heb altijd de trots gehad van de
biseksueel. Als wat ik als hetero deed oké was, zie ik niet in waarom dat, als ik het op precies dezelfde manier doe met een vrouw, niet oké zou zijn. Zo begon ik ermee, met open vizier, why not. Het was ook de trots van een blond, verwend heteromeisje, dat niet stilstond bij wat ze daarmee anderen aandeed. Ik was geen underdog, ik was feministisch en eigenwijs – de wereld was toch van mij? En dat anderen dat zagen als lesbische trots, ja… “

Maar muziek blijft natuurlijk haar ding. Gevraagd naar haar toekomstplannen op dat vlak zegt ze ooit Shirley Bassey te willen gaan doen. En dat is niet lollig bedoeld.
Mathilde:
Je mag het eigenlijk niet zeggen, maar ze heeft een leuke stijl. Ze zingt over dingen die wel diep zijn, maar ze zijn altijd luchtig en sexy. Dat gevoel, dat ook in muziek zit - we trekken onze rokken op en we stappen door de plassen - wil ik net zo goed als haar te pakken krijgen.