REVU 1994
tekst Joost Niemöller fotografie
Paul Levitton
______________________________________





Ik had heel
goed aan de

drugs
kunnen raken

 


Waarom heet je nieuwe CD Under a Blue Roof? Het is niet de titel van een van de nummers.

Ik heb ooit een huis gezien. In Wassenaar staat het geloof ik. Dat is een heel ouderwets groot mooi landhuis met inderdaad blauwe dakpannen. Je hebt allemaal van die erkertjes en uitbouwtjes en verschillende daken. Je kan je heel goed voorstellen wat voor een fantastische zolder het daar moet zijn. Ik vond dat een mooie metafoor voor emoties. Zo'n zolder is erg beschut, maar het is ook dicht bij de hemel.
De titel Under a Blue Roof slaat ook op het gevoel over hoe ik opgegroeid ben. Dat het een verdrietig dak was. Voor deze plaat zijn we echt gaan kijken naar wat Under a Blue Roof liedjes waren. Liedjes die over ‘binnen' en ‘buiten' gingen. Het is een plaat die minder over de liefde gaat dan eerdere. Mijn eerste politieke plaat. Haha!


Je hebt iets met je stem gedaan hè.
Ja, ik heb weer een paar zanglessen genomen. Mijn zang werd slechter doordat je altijd met die microfoons zingt. Het geluid wat je zelf maakt, wordt keihard versterkt. Het is een lichamelijke bezigheid, dat zingen, maar door die informatie van het geluid dat van overal naar je toe komt, raak je in de war. Dat voorzichtige wat ik van mezelf toch al heb, wordt zo alleen nog maar erger. Mijn nieuwe zangleraar zei: 'Het lijkt wel alsof je bang bent voor je eigen geluid.'

Wat is dat dan: je eigen geluid?
Dat is hoe hard ik eigenlijk kan zingen. Ik heb een exceptioneel zachte stem. Daar wordt dan veel rekening mee gehouden in hoe het geluid versterkt wordt. En dan heb je dus je geluid heel hard op het podium waardoor je nog meer schrikt van je eigen geluid. Zo stapelen de effecten zich op. Het is een proces over jaren. Ik denk dat het zo is gegaan: op een gegeven moment ben ik een grote liefde tegengekomen. Echt een heel grote liefde. Dat heeft me zo verschrikkelijk goed gedaan! En dan kan je dus ook beter jezelf bekritiseren. Als het niet goed gaat met jezelf zit je alleen maar te hozen terwijl de boot alweer vol loopt. Maar nu, na twee weken zangles, zong ik bij wijze van spreken al een halve octaaf hoger.

Helemaal in het begin, op je eerste plaat. zong je eigenlijk het meest natuurlijk.
Terwijl dat toch het dichtst nog bij die eerste zanglessen lag. Toen deed ik mijn techniek nog goed.

Heb je recentelijk veel naar Sinéad 0'Connor geluisterd? Dat dacht ik hier en daar te horen aan je nieuwe manier van zingen.
Helemaal niet. Ik luister sowieso weinig naar muziek, hoor. Eigenlijk helemaal niet. Ik denk dat dat komt omdat er dan teveel binnenkomt. Dat het teveel indruk op me maakt. Dan is het net alsof er een mens in de kamer komt te zitten. Het is zo sterk. Ik heb ook wel eens, als ik in de coffeeshop zit, dan hebben ze van die keiharde muziek aan. In zo'n geval moet ik na één nummer echt even naar buiten. Vind ik het zóóó goed! Heel af en toe heb ik wel eens een bandje van de World Party op mijn walkman. Dan kan ik wel dansen. Dus ik ben niet echt cool. Een beetje overgevoelig misschien. Ik ben laatst naar Oman geweest, dat oliestaatje. Daar zijn alle borden van de winkels identiek. Een rooie Arabische letter eromheen en dan zo'n Engelse blauwe blokletter. lk riep tegen mijn gezelschap: `Wauw! Vinden jullie het niet te gek hier?' Neem nou zo'n stad als Amsterdam met al die letters en die kleuren en al die mensen. Ik merk steeds meer dat ik eigenlijk een kluizenaar ben.
Hangt er bij jou thuis weinig aan de muur?
Ja.

Heb je ook nooit de televisie aan?
Een televisie is zo oppervlakkig, dat kan ik nog wel handelen.

Maar het is dus gauw te veel.
Ja, maar niet dat ik dat merk. Dat ik de wereld op me af voel vliegen. Het is meer dat ik me dat achteraf realiseer. Als ik naar dat Oman ga, dat ik dan helemaal dolenthousiast raak over hoe ‘t eruit ziet. Het is een land waar alles voorgeschreven is. De Omani's lopen in een bepaald soort lange jurken en de Pakistani lopen in een ander soort pakje en dan heb je nog een paar honderd buitenlanders.


Hoe kwam je daar trouwens terecht?

Gewoon voor een optreden. Een van de leukere tripjes die je af en toe hebt. Het was voor een bedrijf. Nederlandse en Engelse mensen. In hun club. Dat doe je dan onbetaald, maar je kunt wel een week aan het zwembad liggen. Het was in januari. Dan is de zon daar net lekker. Net dertig graden.

Je bent nu overgestapt van een kleine platenmaatschappij naar Sony, een grote maatschappij. Het verhaal was dat ze bij Sony ook aan je internationale carrière zouden gaan werken.
Ja god Jezus Christus dat stelt ook helemaal niks voor eigenlijk hoor. Om het even te illustreren: Gisteren belde ik eventjes met mijn productmanager en toen hadden we het over een optreden voor de Nederlandse televisie waar sprake van zou zijn. De televisie probeert überhaupt onder betaling uit te komen. En ik wil dan ook nog eens spelen met mijn eigen band. Dus Sony moet ons dan betalen voor dat televisie-optreden. Dat is dan niet wat je voor een echt optreden zou krijgen, maar goed. Zegt die zo tegen mij van: ‘Ja, we moeten bij de volgende single toch maar een nummer kiezen wat je alleen met een pianist of een gitarist kan doen’. Hoe kan je het zeggen tegen mij! Ik ben een jaar bezig geweest om die nieuwe band op te starten. De eerste single is nog niet eens uit. De plaat is nog nauwelijks gerecenseerd. Ik bedoel: de timing alleen al van zo’n opmerking is zo ongelooflijk bot. Ik hoef echt niks van Sony te verwachten. Pas als er ergens een kassaatje gaat rinkelen, veren ze op. Dat vind ik op zich heel begrijpelijk, maar ik vind wel dat je er een beetje meer rekening mee kan houden dat het voor mij toch wel anders ligt. En bovendien: als ze echt wat zouden durven te investeren in mijn buitenlandse carrière dan zou er echt een kans ontstaan dat de kassa rinkelt. Maar nee, bij de eerste de beste kink in de kabel zeggen ze: ga maar met een pianist.
Ik pieker er niet over! lk hou nog liever op. Niet dat het niet af en toe leuk is om met een pianist iets te doen. Maar dat beslis ik, niet zij. Ik heb een steengoeie band op dit moment. Maar ik maak me zorgen over de toekomst. Dat ik deze band niet kan houden. En op een gegeven moment wordt het gekkenwerk om weer overnieuw te beginnen.

Is er nou echt reden om nu al zo bezorgd te zijn?
Mijn nieuwe plaat is een maand uit en hij is nauwelijks gerecenseerd. Kijk, mijn muzikanten zijn nu natuurlijk ook de nieuwe aanbiedingen aan het doornemen. Ik ben één à twee jaar bezig geweest om dit op te bouwen en nu voel je het al zo weer uit je handen glippen. Natuurlijk, het kan er volgende week weer heel anders uitzien,
dat weet ik ook wel.

Maar je bent toch een artiest met een regelmatige plaatverkoop? In de platenzaak zag ik je CD's ruim vertegenwoordigd liggen. Ik zie het probleem eigenlijk niet zo hoor.
Normaal gesproken verkoop ik 20.000 tot 25.000 exemplaren van een CD. Dat zegt in het buitenland natuurlijk helemaal niks. Dat maakt alleen maar mogelijk dat die plaat uitkan. Het lukt allemaal net. In de theaters zitten elke avond 600 mensen. Maar ja, je wilt natuurlijk altijd dat er een stijgende lijn is. En je kunt ook weer niet ieder jaar in al die theaters spelen.

Heb je in je leven veel behoefte aan eigen ruimte om je heen?
Ik denk het wel. Ik ben een bangerikje hoor. Maar ik weet niet of dat niet aangeleerd is. Door hoe ik opgevoed ben. Mijn vader was piloot. Ik heb veel van hem afgekeken. Piloten wordt geleerd de situatie in de hand te houden. Bij mensen die willen vliegen moet je niet denken dat dat echt van zichzelf rustige, betrouwbare mensen zijn.

Voelt het als vliegen, wanneer je zingt?
Ja. Juist ook bij tempowisselingen in muziek. Je kan je voorstellen dat als je met een vliegtuig een beweging maakt dat die een relatie moet hebben met de beweging daarvoor. Dat is met muziek ook. Dat moet je met z'n allen van tevoren aanvoelen.

Of je zet gewoon de automatische piloot aan.
Soms moet dat natuurlijk. Maar dat doen wij dus eigenlijk niet. Bij lange instrumentale jazz of zo kan dat wel. Dan zijn er ook geen tempowisselingen. Kun je lekker in je eigen groefje blijven. Weetjewel: pijoededielepa!
Ik vind dat altijd niks-an-de-hand muziek.

Lekker toch?
Voor muziek vind ik dat niks. Kan ík echt heel erg kwaad om worden. Muzikanten hebben van zichzelf al erg de neiging om het nergens over hebben. Dat leren ze in die kleedkamers ook, waar je vaak met vreemden zit. Gaan ze niks-an-de-hand praten. Dan ga ik het expres over iets hebben. Jongens hebben dat heel erg met elkaar. Het is lafheid die ik wel herken. lk ben zelf ook een bangerikje.
Ik herken het heus wel als mensen uit angst proberen hun eigen billen in de broek te houden. Want daar gaat het om. Mensen willen gewoon niet met de billen bloot. Laten we in godsnaam elkaar niet tegenkomen. Ja, zeg. We zijn toch niet voor niks muzikanten geworden? Ik vind heel veel muziek ook echt laf. Mensen die coke zitten te snuiven en zich gedragen als big boys. Terwijl ik denk: jongen, je bent nog banger dan ik. En ik ben al zo'n bangerik. Ik ben echt iemand die heel goed aan de drugs had kunnen raken. Ik ben echt bang genoeg om een cokehead te worden. lk heb er met name last van voor een optreden. ln een kleedkamer voor een concert. Ik zie ook wel dat muzikanten eigenlijk wel gevoelige jongens zijn, maar daardoor juist maniertjes hebben aangewend om niet al te diep te gaan. Kijk, je moet je voorstellen: commentaar hebben op elkaars manier van musiceren is vergelijkbaar met commentaar hebben tijdens het vrijen. Het lijkt snel of je iets afwijst. Ik heb soms het gevoel dat muzikanten dat vermijden om elkaar maar niet te kwetsen. Het is allemaal kalmeren. Niks-an-de-hand. Als het maar niet echt intens wordt.


Als je jezelf vergelijkt met tien jaar geleden, ben je dan veranderd?

Het is dag en nacht verschil. Ik ben nu al een tijdje zo gelukkig als ik nog nooit ben geweest. Dus alles gaat makkelijker. Ik heb kennelijk zoveel opgeruimd en zoveel ontdekt over mezelf. Ik ben eigenlijk zo anders als dat ik dacht dat ik was. Ik word niet meer boos bijvoorbeeld. Ik werd altijd ontzettend kwaad. Uit gekwetstheid. En dat niet durven laten zien. Ik geloof dat ik er zelf nog het meest baat bij heb gehad dat ik zangeres ben geworden. Ik moest wel mezelf leren kennen. Anders was ik echt junk geworden. Of een of andere machtswellusteling.

Of piloot.
Dat niet.

Je hebt broers. Wilden die piloot worden?
Eentje ervan heeft het wel gewild. Geloof ik.

Het is de ultieme jongensdroom natuurlijk. Maar ik kan me ook wel voorstellen dat als je vader piloot is dat je dat zelf juist niet meer wilt.

Ik kan niet over mijn jeugd vertellen zonder allerlei persoonlijke informatie over andere familieleden prijs te geven. Daarmee zou ik dingen over anderen vertellen waarvan ik vind dat ik dat niet kan. Ik wil die verantwoordelijkheid niet dragen. Bovendien kun je het toch nooit meer terugdraaien. Daarom vind ik interviews ook altijd moeilijk. Omdat er zoveel onder werpen zijn waar ik niet over praat dat het een soort midgetgolfen wordt.


Nou ja. Het is toch ook gewoon een spel, zo’n interview?

Ja, maar bij mij is het nog wat exceptioneler. Voor mij betekent het dat ik eigenlijk niet over mijn jeugd kan praten. Terwijl dat wel dingen zijn die mijn hele leven bepaald hebben. Terwijl ik nu ook steeds meer behoefte krijg om er wel over te praten. Maar goed, daar moet ik het dan nog maar eens met de familie over hebben. ‘Zijn jullie er nu eindelijk aan toe? Want ik ben er wel aan toe.' Maar ik denk dat als ik het vraag, dat ze toch nee zeggen.

Je bent je nu bewust van allerlei andere personen die hier niet in de kamer zitten?
Eigenlijk wel.

Wat vervelend lijkt me dat.
Ik heb er ook schoon genoeg van. Jij vindt het leuk want dit is jouw spel en jij balanceert daar nu in. Maar ik balanceer in mijn spel als ik muziek maak. Dit interview is puur contractuele verplichting. Ik vind het spelletje niet leuk meer. Heel veel wordt er in interviews bijvoorbeeld gepraat over hoe je jeugd was en hoe het thuis is en in dat spelletje ben ik gehandicapt. Ik heb er echt genoeg van. Ik wou dat ik ermee op kon houden. Ik weet dat als ik werkelijk zou praten over wat voor mij heel belangrijk is geweest -bijvoorbeeld over wat je vroeg waarin ik nu anders ben dan tien jaar geleden - dan weet ik dat ik tien jaar lang over niets anders meer praat.

Je vindt het spelletje niet leuk omdat die spanning steeds groter wordt. Het ligt steeds meer op je lippen.
Ja, en ik vind ook wel dat een interviewer dat soort dingen zelf moet ontdekken. Ik heb geen zin om het voor te gaan zeggen. Ik vind bovendien dat als je goed naar mijn platen luistert je wel weet wie ik eigenlijk ben.

Ik zag je laatst in dat TV-programma van Mieke van der Wey, met Randy Newman. Had je daar ook het gevoel alsof je Randy Newman eigenlijk al kende door zijn muziek?
Ja. Het is goed dat we elkaar op het podium voor het eerst hebben ontmoet Het podium is toch voor ons allebei de plek waar we onze gelukkigste voetstappen hebben liggen. In de kleedkamer hangt mijn jas of zo, maar verder is daar geen sfeer. Randy Newman is echt een muzikant. Muzikanten passen bij mekaar hè. Dat is een bepaald slag mensen. Ik voelde me heel erg op m’n gemak hij hem.

Jij hebt een plaat gemaakt met songs van Randy Newman. Kende hij die?
Hij stond eerst op mijn antwoordapparaat. Hij wilde me persoonlijk bedanken. Zeggen dat hij het heel mooi vond. Ook dat de muzikanten het zo goed gedaan hadden. Heel erg faithful to the music. Ook de nieuwe akkoorden vond hij mooi. We hebben namelijk af en toe dingen veranderd in zijn originele versies.

Had hij ook kritiek?
Nee. Hij liet wel merken dat hij niet alles even goed vond. Hij vond Pretty Boy te gek. Hij had nooit verwacht dat iemand Pretty Boy zou coveren.

Waar leeft zo’n man nou van?
Filmmuziek schrijven. Dan is altijd iemand anders de baas, die zegt hier moet een asbak doorheen, of daar moet een klarinetje. Hij vond dat vreselijk. Maar ja, de crew grapte al over drie alimentaties en verschillende kinderen bij verschillende vrouwen dus hij zal wel veel moeten verdienen, neem ik aan. Hij vertelde dat hij zo een liedje in opdracht kon schrijven. Maar als hij echt een liedje voor zichzelf moest schrijven dan gebeurde er heel lang niks. Maar dat zijn nu juist wel de liedjes die ik wil zingen. Dat er echt een idee is. Natuurlijk, ik kan zo een liedje schrijven over een stoel. Kijk, er zijn echt mensen hier in Nederland die zichzelf componist noemen, maar die nog niet één noot hebben gecomponeerd. Als ik een liedje kies, dan weet ik: dit is echt geschreven door een componist. Dit heeft een ziel. Dat vang ik op. Ik weet het na één keer al. Maar meestal is muziek gewoon een soort Lego. Als je maar genoeg op elkaar hebt gestapeld dan heb je iets wat drieënhalve minuut duurt. Dan zeggen ze: ‘Kijk, een liedje.' Maar dat is het dan natuurlijk niet.