OPZIJ
nummer 3, maart 2006

tekst Vivian de Gier
fotografie Corb!no
______________________________________________________

Mathilde Santing
'Ik ben weer mijn oude, vrolijke,
flirterige zelf'


Ze staat al 25 jaar op het podium en vindt het heerlijk om ouder te worden. 'Ik heb meer lef, kan nu ontzettend stout en sexy doen.' Op haar nieuwe album - Under Your Charms - klinkt ze opgewekter dan ooit. Het is haar definitieve afrekening met jaren van teleurstellingen. 'Ik heb de verkeerde mensen vertrouwd.' 
Interview met Mathilde Santing (47) over persoonlijke en zakelijke groei. 
'Eindelijk ben ik bevriend met mezelf.'

De laatste vier jaren waren moeilijk, door zakelijke teleurstellingen en vriendschappen die een illusie bleken. Ze moest ook afrekenen met oud verdriet. Maar op haar nieuwe plaat Under Your Charms klinkt de Mathilde Santing opgewekter dan ooit. Al zingt ze over afscheid nemen, schuld, het maken van fouten en verkeerde keuzes... de vroegere melancholie en verdrietigheid hebben plaats gemaakt voor een lichtere, vrolijker toon. 'Er zit heel wat eenzaamheid in de plaat,' knikt ze, 'maar die is niet zielig. Ik heb me lang slecht gevoeld en dan kun je niet goed naar jezelf kijken; dat is te pijnlijk. Maar er komt een moment dat je sterk genoeg bent om in te zien wat je allemaal fout hebt gedaan. Dan kun je jezelf ook vergeven. Ik ben bevriend geraakt met mezelf.'
Eigenlijk begon het allemaal met Joe, vertelt ze, de musical van Joop van den Ende waarin ze in 1997 en 1998 speelde. Samen met hoofdrolspeler Stanley Burleson, met wie ze bevriend was geraakt, besloot ze na afloop een Nederlandstalige musical te maken. 'Het zou een autobiografisch verhaal worden over mijn biseksualiteit en over de spanning tussen enerzijds je relatie - waarin veiligheid en intimiteit belangrijk zijn - en anderzijds het verlangen naar losbandigheid. Ik had Theo Nijland gekozen als componist en mijn producer stelde voor om Haye van der Heyden het verhaal te laten schrijven.'

De musical is er nooit gekomen. 'Nee. Door het harde werken was ik tijdens Joe het slechte pad op gegaan. Blowen heb ik altijd gedaan, maar nu ging ik af en toe cocaïne of een pilletje gebruiken. Mijn Israëlische vriend Zed, die ik eind 2000 ontmoette, accepteerde dat absoluut niet. Hij vond dat ik niet goed bezig was, ook niet met die musical, en dat ik rare mensen om me heen had verzameld. Die jongen is paranoia, dacht ik eerst, maar langzaam begon ik in te zien wat er aan de hand was. De musical was al een keer een jaar uitgesteld. Maar inmiddels waren er 120 voorstellingen aan de theaters verkocht, terwijl er nog steeds niets klaar was. Haye had er een verhaal van gemaakt waarin ik een dochter had die verliefd werd op mijn vriend en ook nog zwanger van hem werd. Ik heb eerst nog voorgesteld om daar dan maar een zoon van te maken, maar ik bleef het een incestueus rotverhaal vinden. Ook de muziek kwam niet van de grond. Er was nog geen lied klaar, en bovendien ging Haye ongevraagd songteksten schrijven die Theo sinterklaasrijmpjes vond. Dit wordt de grootste blunder uit mijn carrière, besefte ik. Ik heb de hele boel uit het raam geflikkerd.
De meeste medewerkers - zoals mijn regisseur en impresario - waren ontzettend kwaad. Ik was gek, ik had ongelijk. Niemand wilde praten over mijn argumenten. Haye maakte er een rechtszaak van. Die heb ik gewonnen, omdat die musical gepresenteerd was als een autobiografisch verhaal terwijl het dat niet was. Dat was voor mij ook precies waar het om ging. Deze gebeurtenis was echt een wake-up call. Bijna alle mensen die ik toen om me heen had, zijn nu weg. Zowel professioneel als in mijn privèleven.'

Je hebt iedereen van je afgestoten? 'Ja. Ik heb nog maar een paar mensen over met wie ik al heel lang werk, onder wie mijn vaste arrangeur Sebastiaan Koolhoven en geluidsman Erik Hendriks. Ik denk dat ik tot dat conflict niet goed in de gaten had dat mensen niet zijn zoals ik. Ik ben eerlijk, doe niks stiekem. Misschien ben ik wel vaag of maf of heavy – ik heb genoeg vervelende eigenschappen – maar ik ben wel integer. Nu kwam ik erachter dat het al die mensen die al jaren aan me verdienden geen zak kon schelen dat ze me niet begrepen. Ach, dachten ze, die vrouw is gek. Ze zingt mooi, maar het is een onbegrijpelijk iemand en je moet gewoon doorgaan met je eigen plan. Het was hun taak om mijn belangen te beschermen, maar ze deden het niet. Het was kennelijk niet in hun beláng om me te begrijpen. Want dan hadden ze geweten: Dit kunnen we niet maken. Je kunt iets niet verkopen als mijn autobiografie en er dan zo’n verhaal van maken. Snap je? Het kon veel mensen geen fuck schelen wat het stuk werkelijk was: de kleren van de keizer. Ik besloot dat ik niet in mijn blote uppie ging rondlopen alsof ik mooi aangekleed was. De beste beslissing die ik ooit heb genomen.’

Je staat bekend als wantrouwig. Hoe kan het dat die eigenschap je niet heeft beschermd? ‘Ik dacht dat mijn wantrouwen me had geholpen betrouwbare mensen te vinden. Maar dat waarvoor je bang bent, krijgt je uiteindelijk te pakken. Alleen op een heel andere manier dan je zelf ooit hebt gedacht. Ik, die altijd zo bang was geweest voor verraad, koesterde addergebroed aan mijn borst. Het waren niet allemáál onbetrouwbare mensen, hoor. Maar het kon ze niet schélen. They didn’t care. En ik kon intimiteit en zakelijkheid niet van elkaar scheiden. In de muziek ben je bevriend met de muzikanten, dat is beter voor de muziek. Ik dacht dat het in de rest van het leven ook zo was. Dat het beter was om bevriend te zijn met de mensen met wie ik werkte. Dat was een denkfout. Ik was zo bang om verraden te worden en zo bang om niet intiem te kunnen zijn, dat ik intiem was met de verkeerde mensen.’

Een harde les. ‘Ja, dat was echt... ik ben twee jaar lang volkomen van de kaart geweest en heb me volledig moeten heroriënteren, zowel zakelijk als privé. Ik heb vooral geleerd dat ik het zelf niet goed deed. Dat ik als een olifant door mijn eigen porseleinkast liep. Ik was zo gevoelig en kwetsbaar dat ik dat niet liet merken – dat zou mijn verdedigingsmechanisme omverwerpen. Ik kom heel zelfverzekerd over, dus mensen om mij heen hadden niet in de gaten hoe eng en belangrijk het allemaal was voor mij.
Ik moet het zakelijke veel zakelijker aanpakken: dit wil ik geregeld zien en zo heb ik dat bedacht. Ik zit nu zelf aan het stuur. Als ik van het podium af stap, ben ik Mathilde de producent en Mathilde de manager. En die beschermen Mathilde de zangeres. Ik ben opgehouden vriendschap en zakelijkheid te vermengen.’

Drie jaar geleden heb je alsnog een autobiografische, Nederlandstalige plaat gemaakt: Negen levens. ‘Dat was mijn creatieve revanche. Het maken van Negen levens was heilzaam. Toen dit allemaal gebeurde, speelde er namelijk nog iets anders in mijn privéleven. Ik kreeg een herinnering terug uit mijn jeugd, een ontbrekend puzzelstukje. Tijdens een vakantie in Canada, ik was 7 jaar, kreeg mijn vader een psychose. Nu zijn er veel manieren om in de war te raken, maar in mijn familie – dat geldt zowel voor mijn vader als voor mijn broer, die schizofreen is – is dat een ongelooflijk lieve verwarring. Niet beangstigend, niet agressief. Mijn vader heeft ook later zijn loopbaan gewoon vervolgd. Maar die dag werd hij opgehaald door een politieauto. Mijn moeder deed alsof ze meeging en nam plaats op de achterbank. Ik dacht: natuurlijk gaat mama met papa mee. Ineens zag ik dat moment weer voor me: mijn moeder stapt in, mijn vader ook, mijn moeder stapt aan de andere kant uit, de politie doet de deur op slot, mijn vader wordt meegenomen. Ik heb me nog nooit zo verlaten gevoeld als die nacht. Ik begreep er niks van, dacht waarschijnlijk dat hij nooit meer terug zou komen. Ik had gezien hoe mijn moeder mijn vader verraadde. Ook al begreep ik dat ze het deed – ze moest voor vier kinderen zorgen – , eigenlijk verloor ik ze daardoor op één dag allebei. Dat was te veel, daarom heb ik die herinnering waarschijnlijk zo lang verdrongen.’

Was dat de reden dat je jarenlang een slechte relatie had met je moeder? ‘Ja. Ineens werd me duidelijk waarom ik altijd een hekel had aan heterovrouwen: ik begreep dat nooit, maar ik vertrouwde ze gewoon niet. Ik denk dat ik daardoor ook in de lesbische wereld terechtkwam: omdat ik onbewust heterovrouwen niet vertrouwde. De kameraadschappelijkheid onder lesbiennes trok me aan. Maar misschien dat mijn liefde voor een bepaald soort vrouwen ook is aangewakkerd door mijn zanglerares Elisabeth Ooms en de muzieklerares die ik had toen ik vijf jaar was, mevrouw Zwart. Niet dat zij lesbisch waren, maar ze waren zo warm, zo líéf! Ze waren van zon gemaakt. “Lieve, lieve Mathilde,” zeiden ze tegen me. “Schat!” Dat was ik niet gewend. Thuis was het heerlijk hoor, maar het was geen omgeving waarin mensen elkaar lieverd noemden. Dat bohémiennerige vond ik geweldig. Ze zagen in mij wat ik zelf niet zag: mijn zachtheid en lieflijkheid. Tante Lies wilde heel graag kinderen, maar kon ze niet krijgen. Ik was haar muzikale dochter.’

En jij zag haar als moeder? ‘Moeder is misschien niet het goede woord, maar wel een opvoeder, een intiem iemand. Met mijn eigen moeder is het trouwens helemaal goed gekomen – de laatste tijd gaat het met iedereen uit ons gezin veel beter. Ik heb twee oudere broers en een jonger zusje. Eerst is de hele boel uit elkaar geklapt. Mijn vader is hertrouwd met een heel lieve vrouw. Verschillende leden van de familie hebben elkaar jaren niet gezien. Maar nu – hoe is het mogelijk – is het weer helemaal goed. De draad van toen ik zeven was heb ik echt weer opgepakt. Een heel bijzonder gevoel.’

Under Your Charms is de definitieve afrekening met de afgelopen jaren? ‘Ik denk het wel. Ik ben eigenlijk nu pas weer in goede doen. De oude, vrolijke, flirtende Mathilde die ik ooit was en die ik jarenlang niet ben geweest. Ik begrijp mezelf nu. Ik snap mijn gevoeligheid, mijn wantrouwen, mijn onafhankelijkheidsdrang. Ik begrijp de adders onder het gras van mijn gedachten. En ik heb geleerd om naast mezelf te blijven staan. Ik heb zo vaak gedacht: wat ben je toch dom, heb me zo vaak geschaamd of schuldig gevoeld. In het begin van mijn carrière heb ik erg met de hakken in het zand gezeten. Toen ik de platenindustrie in stapte, was ik jong, blond en zacht. Ik móést wel wantrouwig zijn. Ik ging niet als Roodkapje het bos in; ik liep met flinke honkbalknuppels in dat mandje verstopt, voor elke wolf die ik zou tegenkomen. Ik vond het ook gigantisch zwaar om te gaan zingen, om dat te durven.
Ik kan niet goed uitleggen wat muziek voor mij betekent; dat is zo intiem en belangrijk voor me. Ik wilde niet beroemd worden, maar ik wilde wél muzikant worden. Het heeft jaren geduurd voordat ik mezelf zo durfde te noemen. Ik voelde me voor het eerst muzikant toen ik een compliment kreeg van Randy Newman over mijn cd met zijn nummers, ‘Texas Girl’ en ‘Pretty Boy’. Toen was ik al elf jaar bezig! Nu weet ik het echt zeker: ik ben kunstenares. Op de vierkante centimeter weliswaar. Het is een klein métier.’

Welke rol speelt je vriend Zed nu nog in je leven? ‘Zed heeft me erg gesteund. Hij heeft me op mijn poten gezet. Mensen reageerden heel raar op hem. Mathilde met zo’n knappe, jonge man? Zed is dertien jaar jonger dan ik. We waren ook een onmogelijk stel. We hebben veel gepraat en veel ruzie gemaakt. We hebben gevochten als leeuwen, harder dan we ooit in andere relaties hebben gedaan. Heel bijzonder dat je daarna vrienden wordt. We zijn nog steeds superintiem, maar ik ben nu voor het eerst in mijn leven single. Ik heb altijd alleen gewoond, maar vanaf mijn 14de ben ik geen dag alleen geweest. Altijd lange relaties. Ik had mijn eerste one-night stand toen ik 44 jaar was.’

Vind je het moeilijk om ouder te worden? ‘Ik vind mijn huidige leeftijd juist te gek! Ik kan overal commentaar op geven, kan ontzettend stout en sexy doen, heb meer lef. Dat ik er tegenwoordig veel vrouwelijker uitzie dan vroeger, komt ook daardoor. Vroeger vond ik de aandacht van mannen vervelend, maar ik ben niet meer bang en vind het nu leuk om mijn vrouwelijkheid te laten zien. Er wordt soms wel overdreven op mijn metamorfoses gereageerd. Je moet het niet te serieus nemen, het is een spel. Ik vind het steeds leuker om me flamboyant te kleden, met hoeden en andere gekkigheid. Ik houd van het kunstenaarsleven, van dat bohémienachtige. Waarschijnlijk loop ik op mijn 60ste nog steeds in die idiote kleren en val ik nog steeds op lange vrouwen en dichters.’

Waarom zing je eigenlijk nauwelijks werk van vrouwelijke componisten? ‘Zangeressen die ik heel goed vind, zou ik nooit coveren. Ik ben bijvoorbeeld een groot fan van Joni Mitchell, maar haar werk is zo goed, wat moet ik daar nog aan veranderen? Met werk van mannen is dat anders. Die songs hebben een mannelijk standpunt en door die als vrouw te zingen, kun je iets toevoegen. Mijn interpretatie van dat standpunt is anders, omdat ik vrouw ben. Je ziet het soms in reclames: de man kijkt naar de horizon, naar wat er in de wereld gebeurt, terwijl de vrouw naar hém kijkt. Het nummer ‘I’ve Been To Town’ van Frank Sinatra bijvoorbeeld gaat over een man die de bloemetjes heeft buitengezet en het er nu wel mee heeft gehad. Als ik dat zing, vertel ik hetzelfde, maar dan als vrouw. Dan hoor je een heel ander verhaal. Het is iets heel anders dan een vrouw die weer eens zingt: Will you still love me tomorrow.’

Er hangt veel af van je nieuwe cd: het einde van je platencontract bij Sony is in zicht. ‘Hierna mag ik inderdaad nog één plaat maken. Als een van deze twee goed verkoopt, krijg ik hopelijk een nieuw contract. Het zou leuk zijn als Under Your Charms ook in het buitenland wordt opgepikt, want ik zou mijn podium graag willen uitbreiden. Het lijkt me fantastisch om met een grote band te spelen in Europa en New York. Daar heb je verkoopsucces voor nodig. Zelfs in Nederland kan ik een grote band nu niet betalen; ook met volle zalen heb ik aan het einde van de rit niets verdiend. Muzikanten als ik krijgen alleen geld als cd’s over de toonbank gaan, maar het kopiëren van muziek heeft de muziekindustrie kapotgemaakt. Ik snap de consument wel, want cd’s zijn duur. De platenmaatschappijen verdienen nog genoeg; ze hebben muzikanten én consumenten slecht behandeld. De dag dat ze failliet gaan, geef ik een feest. Door het downloaden heb ik overwogen ermee te stoppen. Een fan bood anderen aan Negen levens te kopiëren. Nota bene op mijn eigen site! Ik voelde me gekwetst. Het klinkt allemaal treurig, hè? Maar ik ben er nu heel vrolijk onder, hoor. Bij elke plaat is het eigenlijk erop of eronder geweest. Tegen dat koorddansen ben ik wel opgewassen; ik vind het leuk als het spannend is. Als ik geen nieuw platencontract krijg, ben ik uitgepraat. Dan ga ik zangles geven – ik werk op het conservatorium in Arnhem – en alleen nog kleinschalige projecten doen in eigen beheer. Dan is het say goodbye.’ <