|
OPZIJ |
|
|
|
|
|
Je hebt iedereen van je afgestoten? 'Ja. Ik heb nog maar een paar mensen over met wie ik al heel lang werk, onder wie mijn vaste arrangeur Sebastiaan Koolhoven en geluidsman Erik Hendriks. Ik denk dat ik tot dat conflict niet goed in de gaten had dat mensen niet zijn zoals ik. Ik ben eerlijk, doe niks stiekem. Misschien ben ik wel vaag of maf of heavy – ik heb genoeg vervelende eigenschappen – maar ik ben wel integer. Nu kwam ik erachter dat het al die mensen die al jaren aan me verdienden geen zak kon schelen dat ze me niet begrepen. Ach, dachten ze, die vrouw is gek. Ze zingt mooi, maar het is een onbegrijpelijk iemand en je moet gewoon doorgaan met je eigen plan. Het was hun taak om mijn belangen te beschermen, maar ze deden het niet. Het was kennelijk niet in hun beláng om me te begrijpen. Want dan hadden ze geweten: Dit kunnen we niet maken. Je kunt iets niet verkopen als mijn autobiografie en er dan zo’n verhaal van maken. Snap je? Het kon veel mensen geen fuck schelen wat het stuk werkelijk was: de kleren van de keizer. Ik besloot dat ik niet in mijn blote uppie ging rondlopen alsof ik mooi aangekleed was. De beste beslissing die ik ooit heb genomen.’ |
|
Je
staat bekend als wantrouwig. Hoe kan het dat die eigenschap je
niet heeft beschermd?
‘Ik dacht dat mijn wantrouwen me had geholpen
betrouwbare mensen te vinden. Maar dat waarvoor je
bang bent, krijgt je uiteindelijk te pakken. Alleen op een heel andere
manier dan je zelf ooit hebt gedacht. Ik, die altijd zo bang was
geweest voor verraad, koesterde addergebroed aan mijn borst. Het
waren niet allemáál onbetrouwbare mensen, hoor. Maar het kon
ze niet schélen. They didn’t care. En ik kon intimiteit en
zakelijkheid niet van
elkaar scheiden. In de muziek ben je bevriend met
de muzikanten, dat is beter voor de muziek. Ik dacht dat het in
de rest van het leven ook zo was. Dat het beter was om bevriend te
zijn met de mensen met wie ik werkte. Dat was een denkfout. Ik was
zo bang om verraden te worden en zo bang om niet intiem te kunnen
zijn, dat ik intiem was met de verkeerde mensen.’ Drie jaar geleden heb je alsnog een autobiografische, Nederlandstalige plaat gemaakt: Negen levens. ‘Dat was mijn creatieve revanche. Het maken van Negen levens was heilzaam. Toen dit allemaal gebeurde, speelde er namelijk nog iets anders in mijn privéleven. Ik kreeg een herinnering terug uit mijn jeugd, een ontbrekend puzzelstukje. Tijdens een vakantie in Canada, ik was 7 jaar, kreeg mijn vader een psychose. Nu zijn er veel manieren om in de war te raken, maar in mijn familie – dat geldt zowel voor mijn vader als voor mijn broer, die schizofreen is – is dat een ongelooflijk lieve verwarring. Niet beangstigend, niet agressief. Mijn vader heeft ook later zijn loopbaan gewoon vervolgd. Maar die dag werd hij opgehaald door een politieauto. Mijn moeder deed alsof ze meeging en nam plaats op de achterbank. Ik dacht: natuurlijk gaat mama met papa mee. Ineens zag ik dat moment weer voor me: mijn moeder stapt in, mijn vader ook, mijn moeder stapt aan de andere kant uit, de politie doet de deur op slot, mijn vader wordt meegenomen. Ik heb me nog nooit zo verlaten gevoeld als die nacht. Ik begreep er niks van, dacht waarschijnlijk dat hij nooit meer terug zou komen. Ik had gezien hoe mijn moeder mijn vader verraadde. Ook al begreep ik dat ze het deed – ze moest voor vier kinderen zorgen – , eigenlijk verloor ik ze daardoor op één dag allebei. Dat was te veel, daarom heb ik die herinnering waarschijnlijk zo lang verdrongen.’ Was dat de reden dat je jarenlang een slechte relatie had met je moeder? ‘Ja. Ineens werd me duidelijk waarom ik altijd een hekel had aan heterovrouwen: ik begreep dat nooit, maar ik vertrouwde ze gewoon niet. Ik denk dat ik daardoor ook in de lesbische wereld terechtkwam: omdat ik onbewust heterovrouwen niet vertrouwde. De kameraadschappelijkheid onder lesbiennes trok me aan. Maar misschien dat mijn liefde voor een bepaald soort vrouwen ook is aangewakkerd door mijn zanglerares Elisabeth Ooms en de muzieklerares die ik had toen ik vijf jaar was, mevrouw Zwart. Niet dat zij lesbisch waren, maar ze waren zo warm, zo líéf! Ze waren van zon gemaakt. “Lieve, lieve Mathilde,” zeiden ze tegen me. “Schat!” Dat was ik niet gewend. Thuis was het heerlijk hoor, maar het was geen omgeving waarin mensen elkaar lieverd noemden. Dat bohémiennerige vond ik geweldig. Ze zagen in mij wat ik zelf niet zag: mijn zachtheid en lieflijkheid. Tante Lies wilde heel graag kinderen, maar kon ze niet krijgen. Ik was haar muzikale dochter.’ En jij zag haar als moeder? ‘Moeder is misschien niet het goede woord, maar wel een opvoeder, een intiem iemand. Met mijn eigen moeder is het trouwens helemaal goed gekomen – de laatste tijd gaat het met iedereen uit ons gezin veel beter. Ik heb twee oudere broers en een jonger zusje. Eerst is de hele boel uit elkaar geklapt. Mijn vader is hertrouwd met een heel lieve vrouw. Verschillende leden van de familie hebben elkaar jaren niet gezien. Maar nu – hoe is het mogelijk – is het weer helemaal goed. De draad van toen ik zeven was heb ik echt weer opgepakt. Een heel bijzonder gevoel.’ Under Your
Charms is
de definitieve afrekening met de afgelopen jaren?
‘Ik denk het wel. Ik ben eigenlijk nu pas weer in goede doen.
De oude, vrolijke, flirtende Mathilde die ik ooit was en die ik
jarenlang niet ben geweest. Ik begrijp mezelf nu. Ik snap mijn gevoeligheid,
mijn wantrouwen, mijn onafhankelijkheidsdrang. Ik
begrijp de adders onder het gras van mijn gedachten. En ik heb geleerd
om naast mezelf te blijven staan. Ik heb zo vaak gedacht: wat
ben je toch dom, heb me zo vaak geschaamd of schuldig gevoeld.
In het begin van mijn carrière heb ik erg met de hakken in
het zand gezeten. Toen ik de platenindustrie in stapte, was ik jong,
blond en zacht. Ik móést wel wantrouwig zijn. Ik ging niet als Roodkapje
het bos in; ik liep met flinke honkbalknuppels in dat mandje
verstopt, voor elke wolf die ik zou tegenkomen. Ik vond het
ook gigantisch zwaar om te gaan zingen, om dat te durven. Vind je het
moeilijk om ouder te worden?
‘Ik vind mijn huidige leeftijd
juist te gek! Ik kan overal commentaar op geven, kan ontzettend stout
en sexy doen, heb meer lef. Dat ik er tegenwoordig veel
vrouwelijker uitzie dan vroeger, komt ook daardoor. Vroeger vond
ik de aandacht van mannen vervelend, maar ik ben niet meer
bang en vind het nu leuk om mijn vrouwelijkheid te laten zien.
Er wordt soms wel overdreven op mijn metamorfoses gereageerd. Je
moet het niet te serieus nemen, het is een spel. Ik vind het steeds
leuker om me flamboyant te kleden, met hoeden en andere gekkigheid.
Ik houd van het kunstenaarsleven, van dat bohémienachtige. Waarschijnlijk
loop ik op mijn 60ste nog steeds in die idiote
kleren en val ik nog steeds op lange vrouwen en dichters.’ Er hangt veel af van je nieuwe cd: het einde van je platencontract bij Sony is in zicht. ‘Hierna mag ik inderdaad nog één plaat maken. Als een van deze twee goed verkoopt, krijg ik hopelijk een nieuw contract. Het zou leuk zijn als Under Your Charms ook in het buitenland wordt opgepikt, want ik zou mijn podium graag willen uitbreiden. Het lijkt me fantastisch om met een grote band te spelen in Europa en New York. Daar heb je verkoopsucces voor nodig. Zelfs in Nederland kan ik een grote band nu niet betalen; ook met volle zalen heb ik aan het einde van de rit niets verdiend. Muzikanten als ik krijgen alleen geld als cd’s over de toonbank gaan, maar het kopiëren van muziek heeft de muziekindustrie kapotgemaakt. Ik snap de consument wel, want cd’s zijn duur. De platenmaatschappijen verdienen nog genoeg; ze hebben muzikanten én consumenten slecht behandeld. De dag dat ze failliet gaan, geef ik een feest. Door het downloaden heb ik overwogen ermee te stoppen. Een fan bood anderen aan Negen levens te kopiëren. Nota bene op mijn eigen site! Ik voelde me gekwetst. Het klinkt allemaal treurig, hè? Maar ik ben er nu heel vrolijk onder, hoor. Bij elke plaat is het eigenlijk erop of eronder geweest. Tegen dat koorddansen ben ik wel opgewassen; ik vind het leuk als het spannend is. Als ik geen nieuw platencontract krijg, ben ik uitgepraat. Dan ga ik zangles geven – ik werk op het conservatorium in Arnhem – en alleen nog kleinschalige projecten doen in eigen beheer. Dan is het say goodbye.’ < |