NCRV Gids
30 oktober 2004

tekst Bea Kastrop
foto Peter Bak
___________________________________________________________


Talent voor het onzichtbare

Toen ze drie was ontdekte ze het zingen, zoals ze gras ontdekte of regen, zegt Mathilde Santing. Mathilde Santing ís muziek. Zingen maakte van het verlegen kind een doortastende vrouw die doet wat haar goeddunkt. Vanaf deze week is ze jurylid bij Sterrenjacht.

“Het verbaast me echt dat mij nog nooit gevraagd is les te geven aan een afdeling popmuziek van een conservatorium.” Er klinkt lichte verontwaardiging in de stem van Mathilde Santing (46). Wie haar gedreven optreden zag in het programma De meester en de leerling van Sonja Barend, zal dat begrijpen. In de masterclass die Mathilde Santing daar gaf, wist ze met een paar opmerkingen Antonie Kamerling, Mirjam Timmer en vooral Birgit Schuurman tot ‘zingen met gevoel’ te bewegen. Ze geeft ook al jaren masterclasses in Cantina Vocal, een kleine zangschool in Amsterdam. Als jurylid in Sterrenjacht, waarin de AVRO in negen afleveringen op zoek gaat naar nieuw talent, zal ze kandidaten niet alleen beoordelen, maar ook aanwijzingen geven.


Ben je op een punt gekomen dat je je kennis en ervaring wilt gaan overdragen?


“Ja, daar ben ik serieus mee bezig. Van oudsher was een masterclass voor klassieke zangers en zangeressen een manier om met een leermeester te werken in aanwezigheid van publiek. Ook omdat het voor het zingen heel belangrijk is om de werkelijkheid te ervaren. Je kunt dat alleen maar doen met iemand die al heel lang voor publiek heeft gezongen. Maar ik leer mensen ook hoe ze met een installatie en met technici moeten werken. Op geen enkele opleiding leren ze je soundchecken, terwijl het zo ontzettend belangrijk is om je stem en je oren te beschermen. Kijk naar de problemen die André Hazes met zijn gehoor had. Het is niet alleen leuk, maar ook heel terecht om die kennis door te geven.”


GIGANTISCHE PODIUMERVARING


In Sterrenjacht zullen jonge mensen van tussen de 17 en 27 jaar in een afvalrace hun zang- en danstalent tonen, waarna de winnaar een hoofdrol in een musical van Joop van den Ende wacht. De kandidaten zijn door opleiding of ervaring al bekend met het entertainmentvak. Mathilde Santing is na zes opnamedagen enthousiast. Op de vraag of ze ook ‘ja’ had gezegd tegen Idols, wordt even heel diep nagedacht.


“Ik denk wel dat ik het gedaan zou hebben… misschien. Maar ik ben blij dat ik in déze jury zit. In Sterrenjacht komen mensen meer in een normale auditiesituatie terecht en er wordt ook echt gewérkt met de kandidaten. De Idols-jury was toch voornamelijk een  businessjury; mensen uit de industrie, die de laatste tijd niet veel meer op het podium hebben gestaan. Wij, Stanley Burleson, Tjeerd Oosterhuis en ik, komen er regelrecht vanaf gerold en hebben een gigantische podiumervaring. In die zin zijn we dus meer een vakjury. Het goede van Idols is natuurlijk dat het jonge mensen een podium en faciliteiten biedt. Maar het is wel naar om mensen zomaar op een stip te zetten en ze dan a capella te laten zingen. Dat zal in een les- of theatersituatie nooit op die manier gebeuren. Je functioneert nu eenmaal beter in een meer vriendelijke, veilige situatie.”


GEEN VOETBALCARRIÈRE


 “Zelf ben ik begonnen in de bandjes van mijn broers. Dat was heel prettig en heel veilig. Ik denk dat ik het daaraan te danken heb dat ik op zo’n klein-maar-fijn-manier zo ver ben gekomen. Ik heb altijd gekozen voor een kleine carrière.”


Terwijl kenners je al een grote internationale carrière voorspelden toen je net begonnen was.


 “Er is in dit vak een groot verschil tussen serieus je vak uitoefenen of een soort voetbalcarrière nastreven en internationaal doorbreken. Dat laatste is muzikaal niet echt aantrekkelijk. Ik kan nu wel een Céline Dion gaan uithangen of een Shirley Bassey, maar ik móet al liedjes van drie en een halve minuut maken. Als ik me dan ook nog ga richten op internationaal succes, dan moet er in die drie en een halve minuut ook nog iets heel voorspelbaars gebeuren. Dat is gewoon niet echt handig. Het is wel handig om business en mogelijkheden te genereren. Ik ben daarom ook wel blij met de hitjes die ik heb gehad, maar serieus een grote internationale carrière nastreven - het hád gekund, maar ik heb het niet echt gewild. Het is voor veel mensen misschien een ideaalbeeld om fotomodel, voetballer of zangeres te worden. Muziek wordt ook heel visueel verkocht en gestyled omdat we ontdekt hebben dat producten goed verkopen als je ze met seks verbindt. Maar ik ontdek juist steeds meer dat mijn muzikale talent een talent is voor het onzichtbare. Het gaat allemaal om hoe klanken emoties verbeelden. Ik denk dat andere mensen zich moeilijk kunnen voorstellen hóe persoonlijk zingen voor mij is.”


VRIJHEID EN AVONTUUR


Als klein kind ontdekte Mathilde Santing al de bijzondere betekenis die zingen voor haar had. Toen al, bij haar ouders thuis, waar vrijheid en avontuur alle ruimte kregen in een veilige omgeving. Maar waar ook, toen Mathilde zeven jaar was, haar vader een psychotische periode doormaakte. “De ziekte duurde vrij kort. Daarna heeft mijn vader weer tot zijn pensioen als piloot bij de KLM gewerkt. We gingen thuis ook niet bij de pakken neerzitten. Bij mij heeft het toch het gevoel van een heel akelig soort onveiligheid achtergelaten. Maar toen had ik de muziek al gevonden. Als heel jong kind was zingen voor mij al een manier om wél bij de pakken neer te zitten. Op de een of andere manier merkte ik dat je in de muziek en in de natuur kunt bekomen van dingen. In de natuur kun je een bepaald soort eenzaamheid voelen die ook te maken heeft met de eenzaamheid die je hebt in de muziek. Op weg naar de padvinderij stapte ik op mooie plekken van mijn fiets af en dan stond ik te zingen, heel rustig. Nog steeds oefen ik buiten. Vijftien jaar geleden kreeg ik, min of meer toevallig, mijn eerste bouvier, waardoor ik weer op verlaten plekken kon komen. Door mijn honden ben ik echt meer en beter gaan zingen.”


BABY


En het zingen maakte van het wat verlegen kind dat je was een vrouw die desnoods tegen alles en iedereen in ging om te doen wat ze goed vond?


“Ja, het is puur het muzikale kompas. Toen ik als jong blond meisje de commerciële muziekwereld binnenstapte, voelde ik me alsof ik mijn baby bij me had: mijn muziek, mijn stem, mijn wereld. En toen zeiden ze: ‘Fijn dat je er bent. Santing toch? Kun je de baby even op de grond leggen, dan gaan we nu eventjes…’ Dan zei ik: ‘Nee! Ik ga de baby niet op de grond leggen! We gaan eerst even soundchecken’. En dan ben je dus een bitch en dat wordt dan ook nog overdreven in de media.”


Een lesbische bitch, iets leukers kun je de media toch niet geven!


“Ja. Dat heb ik me dus nooit zo gerealiseerd. Ik zei ook altijd dat ik biseksueel was, maar ze maakten er lesbisch van. Ik hád toen ook een lesbische relatie, dus ik had geen zin om dat te ontkennen.”


Je hebt nu al weer een paar jaar een relatie met een man.


“Ik kan mannen en vrouwen niet goed uit elkaar houden, dat is mijn zwakke punt. Ook in puur fysieke aanwezigheid ervaar ik sommige mensen als mengvorm. In sommige vrouwen zit gewoon iets knoerterigs en in sommige mannen zit iets van zijde. Ik ben zelf ook een mengvorm. Er zijn mensen die heel lang zeggen dat ze biseksueel zijn en achteraf zeggen dat het een vergissing was. Dat is bij mij niet zo. Als ik zeg dat ik biseksueel ben, dan is dat gewoon de benaming voor het feit dat ik in het verleden relaties met zowel mannen als vrouwen heb gehad. Maar het zegt niets over het nu of over de toekomst.”


'PSYCHOTENDOCHTER’


Uiterlijk ben je wel steeds vrouwelijker en zachter geworden.


“Ik ben ook zachter geworden, makkelijker ook en minder wantrouwig. Wantrouwen heeft zijn nut gehad. Ik ben jarenlang bezig geweest met een persoonlijk proces en dat heb ik maar gedeeltelijk publiek gemaakt. In mijn theaterprogramma van vorig jaar, De ne9en levens van Mathilde Santing, heb ik het als kunstenares verteld, intuïtief en associatief. Door dat programma heb ik zelf ook de sleutel teruggevonden. Ook door iets wat mijn moeder zei tijdens die voorbereidingsperiode. Daardoor kwam bij mij een herinnering boven aan toen mijn vader die psychose had en werd weggebracht. Het gevoel dat mijn moeder mijn vader had verraden. Ineens wist ik het en voelde ik het weer. Privé heb ik dat wel aan mensen verteld, maar in die voorstelling zit het meer verstopt. Er zit bijvoorbeeld in: ik ben pilotendochter, rijmt op psychotendochter, maar ook op diva en dan spreidde ik mijn armen en werd het toneel in rood licht gehuld. Want dat was waar de voorstelling achteraf over bleek te gaan: ben ik een diva geworden? Zo ja, hoe ben ik dat geworden en waarom? En wat is dan een diva? Ik herkende mezelf volledig in wat Connie Palmen in Geheel de uwe schreef over de pathologische theaterpersoonlijkheid. Iemand die door beide ouders geanonimiseerd is en daardoor anonimiteit als voorwaarde heeft om intiem te zijn. De pathologische theaterpersoonlijkheid zoekt die anonimiteit op het podium. Alles paste ineens in elkaar.”


 “Die intensiteit en die emotionele onafhankelijkheid die ik noodgedwongen moest hebben, waren natuurlijk een fantastische voedingsbodem voor het zangeres-zijn. Ik heb geprobeerd me te redden en zingen heeft me daarbij heel erg geholpen. Zingen is zoiets als eten, bidden of seks. Ik heb het altijd inzet gemaakt van mijn eigen ontwikkeling, mijn eigen playgarden.”