| Toen
ze drie was ontdekte ze het zingen, zoals ze gras ontdekte of regen,
zegt Mathilde Santing. Mathilde Santing ís muziek. Zingen maakte van
het verlegen kind een doortastende vrouw die doet wat haar goeddunkt.
Vanaf deze week is ze jurylid bij Sterrenjacht.
“Het verbaast me echt
dat mij nog nooit gevraagd is les te geven aan een afdeling popmuziek
van een conservatorium.” Er klinkt lichte verontwaardiging in de stem
van Mathilde Santing (46). Wie haar gedreven optreden zag in het
programma De meester en de leerling van Sonja Barend, zal dat begrijpen.
In de masterclass die Mathilde Santing daar gaf, wist ze met een paar
opmerkingen Antonie Kamerling, Mirjam Timmer en vooral Birgit Schuurman
tot ‘zingen met gevoel’ te bewegen. Ze geeft ook al jaren
masterclasses in Cantina Vocal, een kleine zangschool in Amsterdam. Als
jurylid in Sterrenjacht, waarin de AVRO in negen afleveringen op zoek
gaat naar nieuw talent, zal ze kandidaten niet alleen beoordelen, maar
ook aanwijzingen geven.
Ben je op een punt gekomen dat je je kennis en ervaring wilt gaan
overdragen?
“Ja, daar ben ik serieus mee bezig. Van oudsher was een masterclass
voor klassieke zangers en zangeressen een manier om met een leermeester
te werken in aanwezigheid van publiek. Ook omdat het voor het zingen
heel belangrijk is om de werkelijkheid te ervaren. Je kunt dat alleen
maar doen met iemand die al heel lang voor publiek heeft gezongen. Maar
ik leer mensen ook hoe ze met een installatie en met technici moeten
werken. Op geen enkele opleiding leren ze je soundchecken, terwijl het
zo ontzettend belangrijk is om je stem en je oren te beschermen. Kijk
naar de problemen die André Hazes met zijn gehoor had. Het is niet
alleen leuk, maar ook heel terecht om die kennis door te geven.”
GIGANTISCHE
PODIUMERVARING
In Sterrenjacht zullen jonge mensen van tussen de 17 en 27 jaar in een
afvalrace hun zang- en danstalent tonen, waarna de winnaar een hoofdrol
in een musical van Joop van den Ende wacht. De kandidaten zijn door
opleiding of ervaring al bekend met het entertainmentvak. Mathilde
Santing is na zes opnamedagen enthousiast. Op de vraag of ze ook
‘ja’ had gezegd tegen Idols, wordt even heel diep nagedacht.
“Ik denk wel dat ik het gedaan zou hebben… misschien. Maar ik ben
blij dat ik in déze jury zit. In Sterrenjacht komen mensen meer in een
normale auditiesituatie terecht en er wordt ook echt gewérkt met de
kandidaten. De Idols-jury was toch voornamelijk een businessjury;
mensen uit de industrie, die de laatste tijd niet veel meer op het
podium hebben gestaan. Wij, Stanley Burleson, Tjeerd Oosterhuis en ik,
komen er regelrecht vanaf gerold en hebben een gigantische
podiumervaring. In die zin zijn we dus meer een vakjury. Het goede van
Idols is natuurlijk dat het jonge mensen een podium en faciliteiten
biedt. Maar het is wel naar om mensen zomaar op een stip te zetten en ze
dan a capella te laten zingen. Dat zal in een les- of theatersituatie
nooit op die manier gebeuren. Je functioneert nu eenmaal beter in een
meer vriendelijke, veilige situatie.”
GEEN VOETBALCARRIÈRE
“Zelf ben ik begonnen in de bandjes van mijn broers. Dat was
heel prettig en heel veilig. Ik denk dat ik het daaraan te danken heb
dat ik op zo’n klein-maar-fijn-manier zo ver ben gekomen. Ik heb
altijd gekozen voor een kleine carrière.”
Terwijl kenners je al een grote internationale carrière voorspelden
toen je net begonnen was.
“Er is in dit vak een groot verschil tussen serieus je vak
uitoefenen of een soort voetbalcarrière nastreven en internationaal
doorbreken. Dat laatste is muzikaal niet echt aantrekkelijk. Ik kan nu
wel een Céline Dion gaan uithangen of een Shirley Bassey, maar ik móet
al liedjes van drie en een halve minuut maken. Als ik me dan ook nog ga
richten op internationaal succes, dan moet er in die drie en een halve
minuut ook nog iets heel voorspelbaars gebeuren. Dat is gewoon niet echt
handig. Het is wel handig om business en mogelijkheden te genereren. Ik
ben daarom ook wel blij met de hitjes die ik heb gehad, maar serieus een
grote internationale carrière nastreven - het hád gekund, maar ik heb
het niet echt gewild. Het is voor veel mensen misschien een ideaalbeeld
om fotomodel, voetballer of zangeres te worden. Muziek wordt ook heel
visueel verkocht en gestyled omdat we ontdekt hebben dat producten goed
verkopen als je ze met seks verbindt. Maar ik ontdek juist steeds meer
dat mijn muzikale talent een talent is voor het onzichtbare. Het gaat
allemaal om hoe klanken emoties verbeelden. Ik denk dat andere mensen
zich moeilijk kunnen voorstellen hóe persoonlijk zingen voor mij is.”
VRIJHEID EN AVONTUUR
Als klein kind ontdekte Mathilde Santing al de bijzondere betekenis die
zingen voor haar had. Toen al, bij haar ouders thuis, waar vrijheid en
avontuur alle ruimte kregen in een veilige omgeving. Maar waar ook, toen
Mathilde zeven jaar was, haar vader een psychotische periode doormaakte.
“De ziekte duurde vrij kort. Daarna heeft mijn vader weer tot zijn
pensioen als piloot bij de KLM gewerkt. We gingen thuis ook niet bij de
pakken neerzitten. Bij mij heeft het toch het gevoel van een heel akelig
soort onveiligheid achtergelaten. Maar toen had ik de muziek al
gevonden. Als heel jong kind was zingen voor mij al een manier om wél
bij de pakken neer te zitten. Op de een of andere manier merkte ik dat
je in de muziek en in de natuur kunt bekomen van dingen. In de natuur
kun je een bepaald soort eenzaamheid voelen die ook te maken heeft met
de eenzaamheid die je hebt in de muziek. Op weg naar de padvinderij
stapte ik op mooie plekken van mijn fiets af en dan stond ik te zingen,
heel rustig. Nog steeds oefen ik buiten. Vijftien jaar geleden kreeg ik,
min of meer toevallig, mijn eerste bouvier, waardoor ik weer op verlaten
plekken kon komen. Door mijn honden ben ik echt meer en beter gaan
zingen.”
BABY
En het zingen maakte van het wat verlegen kind dat je was een vrouw die
desnoods tegen alles en iedereen in ging om te doen wat ze goed vond?
“Ja, het is puur het muzikale kompas. Toen ik als jong blond meisje de
commerciële muziekwereld binnenstapte, voelde ik me alsof ik mijn baby
bij me had: mijn muziek, mijn stem, mijn wereld. En toen zeiden ze:
‘Fijn dat je er bent. Santing toch? Kun je de baby even op de grond
leggen, dan gaan we nu eventjes…’ Dan zei ik: ‘Nee! Ik ga de baby
niet op de grond leggen! We gaan eerst even soundchecken’. En dan ben
je dus een bitch en dat wordt dan ook nog overdreven in de media.”
Een lesbische bitch, iets leukers kun je de media toch niet geven!
“Ja. Dat heb ik me dus nooit zo gerealiseerd. Ik zei ook altijd dat ik
biseksueel was, maar ze maakten er lesbisch van. Ik hád toen ook een
lesbische relatie, dus ik had geen zin om dat te ontkennen.”
Je hebt nu al weer een paar jaar een relatie met een man.
“Ik kan mannen en vrouwen niet goed uit elkaar houden, dat is mijn
zwakke punt. Ook in puur fysieke aanwezigheid ervaar ik sommige mensen
als mengvorm. In sommige vrouwen zit gewoon iets knoerterigs en in
sommige mannen zit iets van zijde. Ik ben zelf ook een mengvorm. Er zijn
mensen die heel lang zeggen dat ze biseksueel zijn en achteraf zeggen
dat het een vergissing was. Dat is bij mij niet zo. Als ik zeg dat ik
biseksueel ben, dan is dat gewoon de benaming voor het feit dat ik in
het verleden relaties met zowel mannen als vrouwen heb gehad. Maar het
zegt niets over het nu of over de toekomst.”
'PSYCHOTENDOCHTER’
Uiterlijk ben je wel steeds vrouwelijker en zachter geworden.
“Ik ben ook zachter geworden, makkelijker ook en minder wantrouwig.
Wantrouwen heeft zijn nut gehad. Ik ben jarenlang bezig geweest met een
persoonlijk proces en dat heb ik maar gedeeltelijk publiek gemaakt. In
mijn theaterprogramma van vorig jaar, De ne9en levens van Mathilde
Santing, heb ik het als kunstenares verteld, intuïtief en associatief.
Door dat programma heb ik zelf ook de sleutel teruggevonden. Ook door
iets wat mijn moeder zei tijdens die voorbereidingsperiode. Daardoor
kwam bij mij een herinnering boven aan toen mijn vader die psychose had
en werd weggebracht. Het gevoel dat mijn moeder mijn vader had verraden.
Ineens wist ik het en voelde ik het weer. Privé heb ik dat wel aan
mensen verteld, maar in die voorstelling zit het meer verstopt. Er zit
bijvoorbeeld in: ik ben pilotendochter, rijmt op psychotendochter, maar
ook op diva en dan spreidde ik mijn armen en werd het toneel in rood
licht gehuld. Want dat was waar de voorstelling achteraf over bleek te
gaan: ben ik een diva geworden? Zo ja, hoe ben ik dat geworden en
waarom? En wat is dan een diva? Ik herkende mezelf volledig in wat
Connie Palmen in Geheel de uwe schreef over de pathologische
theaterpersoonlijkheid. Iemand die door beide ouders geanonimiseerd is
en daardoor anonimiteit als voorwaarde heeft om intiem te zijn. De
pathologische theaterpersoonlijkheid zoekt die anonimiteit op het
podium. Alles paste ineens in elkaar.”
“Die intensiteit en die emotionele onafhankelijkheid die ik
noodgedwongen moest hebben, waren natuurlijk een fantastische
voedingsbodem voor het zangeres-zijn. Ik heb geprobeerd me te redden en
zingen heeft me daarbij heel erg geholpen. Zingen is zoiets als eten,
bidden of seks. Ik heb het altijd inzet gemaakt van mijn eigen
ontwikkeling, mijn eigen playgarden.”
|