Midi september  2006

interview Willemijn Bos
fotografie
Hermien Lam
visagie Danii Nieuwenhuis
_____________________________

Mathilde Santing

“In het domein van de muziek ben ik veilig”

Samen met anderen muziek maken vindt Mathilde Santing het allerleukste wat er is, voor zichzelf en voor ons, haar publiek. Het podium is haar koninkrijk. Ze ervaart er kleur, vrijheid, subtiliteit. Daarbuiten wil ze het liefst anoniem zijn.



Nee, een lolletje vindt ze het niet, geïnterviewd worden. Dat blijkt al aan de telefoon. “Ik ben interessant vanwege m’n werk, m’n stem, m’n talent, maar ik krijg steeds van die vragen over m’n privéleven en m’n uiterlijk. Dat ik eerst met een vrouw leefde en nu met een man, dat ik geen kinderen heb en m’n hond dood is, dat ik op cowboylaarzen loop en in een Jaguar rijd. Dat zijn toch non-topics!”
Eenmaal in haar studio licht ze het verder toe: “Ik wil niet oneerlijk zijn, maar ook niet open. De eerste twintig jaar van mijn carrière heb ik m’n mond niet opengedaan, vervolgens heb ik te veel verteld. Al die verhalen cirkelen nog rond. Als journalisten hier komen, weten ze al zoveel van me. Dingen vaak waarover ik helemaal niet meer wil praten. Het is toch een heel rare prijs om te betalen voor publiciteit. Ik geef liever een radio-interview. Dan horen mensen aan de intonatie tenminste hoe ik iets bedoel.”

Intense schoonheid
Goed. Over haar muzikale personality
dus. En laten we bij het begin beginnen en het grondig aanpakken: Wat voor type zangeres is Mathilde Santing?
Dat blijkt nog helemaal geen eenvoudige
vraag te zijn. Mathilde denkt na, kijkt naar het plafond. “Cross-over… maar het genre dat ik beoefen bestaat eigenlijk niet echt. Nee, ik ben geen jazz-zangeres, geen pop-zangeres, doe geen covers. In plaats daarvan bouw ik songs opnieuw op, interpreteer. Mijn stijl is middle of the road, ja zo kun je het wel zeggen.
In de oren van musici is dat bepaald
geen compliment, maar je hebt natuurlijk middelmatige middle of the road en top of the bill…”

Al vanaf haar vroege jeugd beheerst muziek het leven van Mathilde
Santing. Ze werd geboren in Amstelveen. Haar vader was piloot bij de KLM, haar moeder was lerares. Op haar vijfde ging ze naar muziekles. Zingen vond ze heerlijk. Er waren zelfs periodes dat ze niet met haar moeder sprak, maar tegen haar zong. “Ik weet niet beter dan dat ik altijd zong. Overdag, ’s avonds in bed, ’s ochtends vroeg in bed, op de fiets naar de padvinderij of de muziekschool.

Ik herinner me nog hoe adembenemend mooi ik Amstelveen toen vond. Dan stopte ik wel eens en ging op een plekje zitten dromen. Nee, het is niet te omschrijven, dat gevoel van rust, van intense schoonheid. Dat mysterieuze gevoel van muziek, natuur en romantiek.”
Ze lacht. “Nu zou ik zeggen: spiritualiteit,
maar uiteindelijk gaat het allemaal over schoonheid en dat je er geen woorden voor hebt. Maar woorden zijn niet zo belangrijk. Met zang kan ik het wel uitdrukken. De klank, de sfeer, de lading. In muziek kun je al die verschillende lagen tot uitdrukking brengen.”

Geen meidengedoe
In 1971 kreeg Mathilde Santing zangles
bij Elisabeth Ooms. Ondanks protesten van haar zangpedagoge trad ze tijdens de middelbareschooltijd met een pianist op in cafés en zong in verschillende bandjes van haar broers. “Ik was nooit zo ver gekomen als ik niet in die bandjes was begonnen. Op m’n dertiende ging ik al mee naar concerten, we luisterenden naar muziek, speelden samen. Ik nam wel eens vriendinnen mee, maar bezwoer ze vooral niet te gaan giechelen of zo, geen meidengedoe: doen alsof je een jongen bent. Met mijn broers waren we jongens onder elkaar, anders zou het niet werken. Mede daardoor kan ik nu zo goed met muzikanten omgaan.”
“Maar dat kan ik ook doordat ik klassiek
ben opgeleid. Ik weet waarover ik het heb. Dat komen ze zelden tegen en ze waarderen het enorm. De meeste zangeressen zijn verlegen, niet zo verbaal, kunnen niet uitleggen wat ze willen, zingen mee met de muziek en zijn blij als ze het einde halen. Maar ík kan de muzikanten wel zeggen hoe ze moeten spelen: ietsje meer duwen, niet te scherp, wat ronder. Positief, sturend. Het lijkt een beetje op vrijen, hoe je dan soms een kleine aanwijzing geeft: een beetje verschuiven, even een arm bevrijden… Om dit soort aanwijzingen te kunnen geven, moet er vertrouwen zijn, moet je vrienden zijn.” De bandleden zijn zelfs meer dan vrienden, familie bijna. “We zien elkaar meer dan onze familie, werken maandenlang met elkaar, voelen elkaar aan, spelen op elkaar in - timing, frasering, al die zaken die in een milliseconde een bepaald gevoel kunnen neerzetten. Het publiek overschat wel eens hoe we een emotie over het voetlicht krijgen. Het is techniek, maar zo subtiel dat je het niet voor elkaar krijgt zonder een groot gevoel daarvoor. Dat is wat we delen: dat we daar gevoel voor hebben en het met elkaar kunnen uitwisselen.”


Emotie overbrengen
“Om goed muziek te kunnen maken, moet je sensitief zijn, eerlijk zijn, openstaan voor wisselwerking. Het is zo’n beetje het allerleukste wat er is en tegelijkertijd is het heel abstract en moeilijk uit te leggen dat we emotie overbrengen door goed te tellen, te fraseren, te intoneren. En daarbij moet je er fysiek ook helemaal zijn. Muziek moet door je heen stromen, anders krijgt het geen body. Dat is ook heel leuk voor het publiek, om iemand te zien spelen die het zelf lekker vindt.” “Tja, hoe beleef ik het zelf. Ik geloof dat ik de anonimiteit van het theater nodig heb om heel intiem te kunnen zijn en het proces van overgave goed te kunnen laten verlopen. En ook geloof ik dat ik de liefde die ik als kind heb gekend - zelfs als die tekort schoot - op het podium probeer terug te krijgen. Doordat het huwelijk van mijn ouders in de storm terechtkwam, is het lieve, gevoelige meisje dat ik was, in die periode in aandacht tekortgekomen. Ik heb het idee dat ik mede daardoor op het podium staan, zingen, zo fantastisch vind. Daar ben ik veilig, in het domein van de muziek. Het is mijn koninkrijk, ik ervaar er kleur, vrijheid, subtiliteit, het publiek is er zo helemaal voor mij.”
“Als ik op het podium sta, stel ik me
voor dat ik het allemaal te gek leuke mensen vind en dat ze mij te gek vinden en dat ik voor iedereen wil zingen en van iedereen houd. Dat is heel hard werken, heel goed opletten, fysiek is het ook zwaar. Maar als het me lukt, dan is het helemaal super. Ik had een keer in Carré gezongen. Dat was hartstikke leuk, met een feestje na afloop. Een vriendin van me was daarbij. De volgende dag belde ze me op en zei: ‘You were like honey, like medicine.’ Ze voelde de energie nog op volle sterkte en liep helemaal opgeladen door de stad. Indrukwekkend vind ik dat: dat er door mij en mijn bandleden mensen een dag later nog compleet opgeladen door de stad lopen. Terwijl ik zelf na zo’n avond nauwelijks nog een rondje kan lopen, me nauwelijks kan aankleden. Heel bijzonder.”

Aandacht geven
“Ik voel me zo goed als ik zing, zo anders dan hoe ik me voel in het gewone leven. Dan leef ik op de spaarstand om energie te verzamelen voor de repetities en optredens. Ik houd van het intense, het focussen, all systems go! Met heel m’n lichaam en m’n geest en m’n hart erbij zijn - het dierlijke en het goddelijke moeten samenkomen - in een team, allemaal gefocust. Wat is er leuker dan dat?”
Op de laatste avond van een toer is Santing vaak op haar best, vindt ze zelf. “Ik zing dan altijd beter, gevoeliger, opener. Te gek vind ik dat en dan zeg ik tegen mezelf: ‘Hé, Santing, waarom kan dat niet wat vaker?’ Kissing the songs goodbye noem ik het. Zo’n laatste avond is extra intens omdat ik de songs voorlopig niet meer voor publiek zing, de verantwoordelijkheid van me afvalt en, vooral, dat we als team uiteengaan, na maandenlang zo intens te hebben gewerkt. Je wordt zulke vrienden!” “Ik vind het een ongelofelijke zegen dat ik in de muziek ben terechtgekomen. Anders was het leven voor mij te saai geweest of te zwaar. Nu heb ik al die muzikanten ontmoet, kunstenaars zijn het. Het is zo’n communicatief beroep. Het heeft niets visueels, gaat allemaal over techniek en aanvoelen. Als ik niet meer kan zingen, ga ik de politiek in om voor muzikanten op te komen. We doen zo ons best om iets leuks te maken en iedereen uit te nodigen ervan te genieten. Mensen denken dat we het doen om aandacht te krijgen, maar we doen het juist om aandacht te géven. Niet beoordelen, maar laten zijn, tot expressie brengen. We doen het samen, voor jullie, met z’n allen, het is zo sociaal.”

Echt contact
“Ook de stiltes zijn sociale evenementen, secondes van delen. Als je stil bent met z’n allen, ben je samen - zonder jezelf kwijt te raken. Je mag juist lekker zelf denken, zelf voelen. Maar je hebt een sfeer met z’n allen. Als het me is gelukt om iets van A tot Z te zingen, voel ik me zo uitgelaten, omdat het echt contact is. Het gaat niet om de sjaaltjes en de lippenstift, je zult toch echt iets van jezelf moeten laten horen. Het hart laaft zich eraan. Je kunt nooit zo voldaan zijn als je het niet voor iemand hebt gedaan. Ik geef het aan mezelf en daardoor geef ik het aan het publiek.”
En met publiek bedoelt Mathilde de mensen die naar haar komen luisteren, niet de mensen op straat. Dat is een van de voordelen van haar transformatie van kort blond naar lang donker haar. Ja, het gaat nu toch even over haar haar. “Ik geniet er zo van om anoniem over straat te kunnen lopen. Maar sommige mensen herkennen me toch en vinden het nodig te melden dat kort blond me toch echt het beste stond. Het beste, so what! Al die vrouwen zijn maar steeds bezig te kijken wat ze het beste staat. Ik protesteer tegen de beste versie. Zowel als vrouw als in de muziek vind ik het juist leuk om te veranderen. Gelukkig heb ik geen manager. Dan zou het vast niet hebben gemogen.”
Nog nooit heb ik iemand zo snel uit een stoel zien opspringen als Mathilde Santing, toen ik zei: “Volgens mij hebben we het zo wel.” Afgelopen met die marteling, paf, weg was ze. Binnen een minuut stond ze onze koffiekopjes af te spoelen. Zingend in de toonhoogte van de waterstraal. Zo prachtig mooi. Jammer dat ik al die tijd alleen maar met haar heb gepraat. Had ze dit interview maar zingend gegeven...