De diva
en de dichter


Ze kennen elkaar al jaren 
en léven allebei door de muziek.
Zij bewondert zijn poëzie, hij haar 
eigenzinnigheid en zangkwaliteiten. 
Nu staan ze samen op de bühne,
in hun theatertour Even
Mathilde Santing en Frank Boeijen

Margriet
nummer 9
24 februari - 3 maart 2006

interview
Bram de Graaf


___________________________






In een gezellige straat in Amsterdam Zuid woont Mathilde Santing. Ze kent er iedereen en iedereen kent haar. In diezelfde straat ligt haar studio. Lekker dicht bij huis, dat vindt ze wel zo prettig. Terwijl ze nog even wat lippenstift op doet, stopt Frank Boeijen zijn gitaar in een koffer en ruimt wat op. De band is al vertrokken. De hele dag hebben ze geoefend voor de tournee die ze Even hebben ze hem genoemd.
“Vanwege het tijdsbestek,” zegt Frank.
“Even Apeldoorn, even Rotterdam,” vult Mathilde aan. “Maar we zijn ook in veel dingen gelijkwaardig, daar verwijst ‘even’ ook naar.”
We verlaten de studio om in een nabijgelegen café het interview te doen. Een jongetje op een fiets roept: “Hoi Mathilde!”

“Dag lieverd,” zegt ze.

Frank rolt een shaggie, Mathilde stuurt snel nog een SMS-je. Er wordt witte wijn en water voor beiden besteld. Ze kennen elkaar al bijna 25 jaar, vertelt Mathilde. Die eerste ontmoeting herinnert ze zich nog goed. “Dat was tijdens een radiopromotie in Friesland, ergens in the middle of nowhere. Ik was snipverkouden. Ik kende Frank al wel. Wist je ook wie ik was?”

Frank: “Ja, natuurlijk. Jij had dat hitje.”
Mathilde: “Ja, You Took Advantage Of Me. Jij had toen waarschijnlijk ook al een paar hits gehad.”
Frank: “Niet één. We begonnen net.”
Terwijl ze daar zo stond te snotteren, bood Frank haar een schone zakdoek aan.
Mathilde: “Ik was zó aangenaam verrast. Het was de eerste keer dat me zoiets overkwam. Ik weet nog dat ik op de weg terug met die zakdoek zat en dacht: wat moet ik hier nu mee? Zal ik ‘m wassen en terugsturen? Iemand vroeg later aan me: ‘Was je verliefd op hem?’ Neuh. Ik was gewoon stupéfait.”
Jaren later ontwaarde ze hem opeens in de zaal in Nijmegen, Franks woonplaats. Het was tijdens de tour van haar laatste studioplaat Negen Levens in 2003. Daarop stonden ook twee nummers van Frank: Vaderland en De Verzoening. Twee heel speciale nummers voor de zanger, want Vaderland schreef hij naar aanleiding van de dood van zijn vader en De Verzoening was destijds in 1986 het nummer waarmee hij brak met zijn imago van tieneridool.

Frank: “Het was volledig onverwacht, ik vond het prachtig. Het was een grote eer.”
Wat hen vooral bindt, meent Frank, is dat ze allebei alleen met muziek bezig zijn. “Dag en nacht. We proberen datgene te doen wat we zelf erg mooi vinden. En dat al heel lang.”
Dat is een belangrijke overeenkomst tussen de twee. Frank weet er nog een paar: “We zijn allebei eigenwijs, we zijn bijna even oud (Frank is 48, Mathilde 47, red.) en we houden allebei van Joni Mitchell.”
Mathilde, enthousiast: “En we zijn allebei sinds ons vijftiende jaar niet zonder partner geweest! De laatste jaren beginnen wat sleetse plekken te vertonen, maar we houden het nog steeds goed vol.”
Frank lacht hard. Mathilde merkt op dat ze echter artistiek totaal verschillend zijn. “Ik ben een échte zangeres. Ik zing het materiaal van anderen. Frank is een echte dichter/componist. Zo zijn we ook complementair.”
Ze bewondert Frank om de prachtige poëtische dingen die hij schrijft. “De laatste tijd wordt hij steeds spaarzamer in de middelen die hij gebruikt en de akkoorden. Maar ook qua woorden. En het gaat ook meer over volwassen relaties. Het is niet meer alleen onder mooie kroonluchters zitten.”

Frank: “Je wordt gewoon ouder. De zaken lagen niet zo simpel als je dacht. Het verleden wordt groter, net als de bagage.”
Mathilde: “Dat vind ik het beste aan Frank! Dat hij ouder wordt!”
Er wordt weer hard gelachen over tafel. Frank bewondert Mathilde vanzelfsprekend om haar zangkwaliteiten. “Ze is een geweldige zangeres. Ik doe maar wat, maar zij kan het écht. En haar eigenzinnigheid, de avontuurlijke keuzes die ze maakt, spreekt me erg aan. Ze is altijd bezig, een bijzonder mens.”
Tijdens de tournee worden vooral Frank Boeijen-nummers gespeeld. Maar Frank heeft ook nieuw materiaal geschreven, met daarin soms een stukje tijdgeest.
Frank: “Het wordt tijd om iets te zeggen, want ik vind dat het de spuigaten uit loopt in Nederland. Sinds de moord op Fortuyn is het land in verwarring. We zitten in een soort tussentijd en de vraag is waar het naartoe gaat. En internationaal gezien helemaal natuurlijk. We zijn in oorlog, dat wordt nog wel eens vergeten. Het doet mij denken aan de jaren ’60. De onrust die er is. De onvrede.”
Het gevoel dat Frank in zijn teksten legt, kan Mathilde als geen ander verwoorden met haar stem. “We zijn sensitief en romantisch,” zegt Frank. “Maar dat zijn mensen die muziek maken per definitie, ze zijn met hun zintuigen bezig.”

Mathilde: “Muziek is ook onzichtbaar. Dat is de reden dat het zo moeilijk is om over te praten.”
En daarmee komen we bij nog een heel duidelijke overeenkomst tussen de twee: hun aversie tegen persoonlijke interviews!

Frank, lachend: “Samen vind ik het wel meevallen, hoor.” 

Ook in hun verleden zijn veel overeenkomsten te vinden. Opvallend is dat beiden zijn blijven hangen rond de plek waar ze zijn geboren; Frank in Nijmegen en Mathilde in Amsterdam.
Mathilde: “In mijn jeugd liep ik hier ook rond, ja. Ik hou van naar dezelfde plek gaan.”
Frank: “Dit is écht jouw buurt. Zelf ben ik blij dat ik in Nijmegen zit. Daar heb ik rust. Ik houd er erg van om anoniem te zijn, heerlijk. En die anonimiteit heerst ook in je eigen straat, waar iedereen je zo goed kent dat het er niet meer toe doet. Sinds jij donkere haren hebt, zijn er mensen in de trein die zich ermee gaan bemoeien. Dat vind ik nogal wat.”
Mathilde, verontwaardigd: “Het is me de laatste tijd tientallen keren overkomen! Komen ze naar me toe en zeggen ze: ‘Blond staat je echt beter.’ En dat vier keer per week, hè.”
Frank: “Brutaal is het en zó Nederlands.”
Ze komen allebei ook uit een kinderrijk gezin: Mathilde was één van de vier, Frank maar liefst één van de tien. “Daar komt mijn verlangen om met veel mensen aan tafel te zitten vandaan, denk ik. En omdat we zelf geen gezin hebben, is dat met de band. Gezellig samen eten of na een optreden nog wat drinken.”

Mathilde: “Dat vind ik ook het hoogtepunt van de dag. En het dan samen over goede dingen hebben, niet alleen geiten. Je kent iedereen heel goed, het heeft iets van broers en familie.”
Mathilde’s vader was piloot, die van Frank typograaf. “Een mooi beroep,” zegt hij. “Als ik thuiskwam met een nieuwe LP-hoes zei hij meteen: ‘Wie heeft dit in elkaar geflanst?’ Hij zag precies of iets recht staat of niet. Mijn hele familie heeft die tik. Hij hield zich ook bezig met letters en woorden. Net als ik.”
Ze waren als kind allebei bijzonder verlegen. “Maar dat hoort bij muzikanten,” zegt Mathilde.
Frank is het nog steeds eigenlijk. “Al gaat het steeds beter. Maar je vraagt je wel eens af: ‘Waarom ben ik dit in godsnaam gaan doen?’ Want eigenlijk wil je niet dat ze allemaal zo naar je zitten te kijken. Met de ervaring verdwijnt het wel.”
Al jong was muziek voor beiden de uitlaatklep en was er het besef dat ze daar verder mee wilden. Na de middelbare school wilde Frank niets anders doen dan een plaat maken. Tot groot verdriet van zijn ouders. Ook die van Mathilde stonden niet te springen. “Er was een schandaal in die tijd met een jong meisje dat misbruikt was door haar manager,” vertelt ze. “Dat gaf ze het idee dat ze me niet alleen konden laten gaan. Ik ben toen maar muziekwetenschappen gaan studeren, maar dat ging mijn pet te boven. Daarna ben ik met een drum begeleidingsmachine aan de slag gegaan en dat stond meteen als een huis.”

Frank: “Die plaat heb ik gekocht, die was fantastisch.”
Mathilde: “Het ging zó snel. Ik werd ontdekt, trad op bij Sonja, kreeg een platencontract. In een jaar was alles rond.”
Frank: “Bij mij duurde het echt heel lang. Bij de vierde of vijfde plaat pas. Maar ik heb nooit overwogen te stoppen. Ik had überhaupt nooit verwacht dat we succes zouden hebben, want niemand hield toen nog van Nederlandstalige muziek. Ik vind het nog steeds wonderlijk dat ik ervan kan leven.”
Op z’n twaalfde schreef Frank al teksten. Niet ‘de liefde’ was zijn favoriete thema, maar zware onderwerpen als de Vietnam-oorlog.

Mathilde: “Ik liep ook mee in de Vietnam-demonstraties, hoor.”
Frank: “Weet je nog? Liepen we met zo’n spandoek ‘Johnson Molenaar’ omdat het woord ‘moordenaar’ was verboden. Dat was uitermate komisch. Ik schreef er ook gedichten over, dat was wel raar natuurlijk. Ik heb er zelfs één geschreven over Gerard Reve die Marga Klompé een kus gaf. Ja, waarom?”
Het hoorde bij die tijd, zo begin jaren ’70, denken ze unaniem. De popcultuur kwam net op. En ze doken er middenin. Sex, drugs en rock ‘n’ roll. “Het was allemaal nieuw,” zegt Mathilde.

Frank: “Ik weet nog dat mijn ouders op tv voor het eerst de Rolling Stones zagen, op een oudejaarsavond. Mijn moeder keek mijn vader aan en zei: ‘Pap, wat gebeurt er toch?’ Die mensen waren geschokt, joh. Niks kon.”
Mathilde: “Het was ook cool om maatschappijkritisch te zijn. Wat dat betreft zijn we blijven hangen.”
Frank: “Ik ben een hippie in een pak.” 

Halverwege de jaren ’80 hadden ze het allebei gemaakt. Frank was een tieneridool –tegen wil en dank- die hits scoorde met Nederpop-klassiekers als Zwart Wit, Linda en Kronenburgpark; Mathilde de lieveling van de wat meer cultureel aangelegde bevolking, waarbij haar bi-seksualiteit een pré leek en vaak benadrukt werd. Frank had een geföhnd kapsel en droeg wijde broeken, Mathilde had een geblondeerd kort koppie en droeg herenpakken. Maar succes was een moeilijk ding, vond Frank. Vooral ook omdat ze nog zó jong waren. “Dan weet je nog helemaal niet wie je bent,” zegt Frank. “Dat wordt ingevuld door anderen. Ik werd zó geleefd, mijn agenda was zó vol. Vaak was ook de energie weg. Je bent vermoeid, gebruikt veel drugs.”
De dip na het succes. Ook die kennen ze beiden. Frank zette in 1991 zijn band aan de kant en ging solo verder. “Dat was moeilijk, want het waren wél mijn beste vrienden.”

Mathilde: “Ik heb ongelofelijk leuke dingen meegemaakt, maar ook veel rotdingen. Vrienden die geen vrienden bleken te zijn; mensen die je als een dier behandelden in plaats van een mens. Er kwam een keer een meisje naar me toe en die zei: ‘Jij! Jij stond daar écht zo in de supermarkt van: ík ben Mathilde Santing en ík doe boodschappen.’ Zó verwijtend, ik moet daar nog wel eens aan denken. Van zulke dingen raakte ik gedesoriënteerd en down.”
Frank: “Bepaalde groepen eigenen zich jou helemaal toe.”
Mathilde: “Dat is bij mij ook heel erg gebeurd.”
Naarmate ze ouder werden, leerden ze ermee leven. De erkenning bracht rust. Al vindt Mathilde erkenning een rot-woord. “Echt zo’n ‘journalistenwoord’,” foetert ze.
“In plaats van erkenning kun je beter ‘respect’ gebruiken,” verbetert Frank. “Ik denk dat veel mensen respect hebben voor Mathilde omdat ze weten: die heeft altijd gedaan wat ze zelf wou.”

Mathilde: “Dat vind ik heel goed gezegd: respect. Ik heb altijd gedaan wat ik wilde, of ik er nu wel of niet beter van werd. En dat had ik ook gedaan als ik daar geen erkenning voor had gekregen. Ik vind dat ik genoeg heb bewezen.”
Ze hebben allebei een prestigieuze Edison in de kast staan. Een leuke prijs omdat ze gegeven wordt door een vakjury, aldus Mathilde. “Ik heb er overigens drie. Jij?”

Frank: “Twee. Zo’n prijs is vooral leuk voor je publiek. Dat denkt: waar ik van houd is zo gek nog niet. Een brief van iemand die me vertelt wat mijn teksten voor hem hebben betekend doet me veel meer.”
Ze zijn steeds meer van hun vak gaan houden. “O, ja,” roept Mathilde uit. “Ik ben helemaal into zingen. Ik heb nu op het conservatorium in Arnhem acht kuikentjes die ik les geef en het worden al hele kippetjes. Té gek. Zangeres zijn, werken met muzikanten, in de studio. Leuke mensen, wauw.”
Hoewel ze stabiliteit gevonden leken te hebben, was er bij beiden een jaar of vijf geleden ook wel sprake van een midlife crisis. Mathilde denkt dat ze die inmiddels overwonnen heeft. Ze werd van een macha een diva, de vrouw die ze liefhad verruilde ze voor een man. Ze leeft ‘breed’, zoals ze het zelf noemt. “Mijn plaat Negen Levens (2003) was voor mij het kantelpunt. En dan heb ik het over mijn eigen persoonlijke ontwikkeling. Ik heb het altijd beledigend gevonden dat mensen zich bemoeien met mijn privé-leven en mijn seksuele voorkeur. Terwijl ik juist vind dat het grootste geschenk dat ik heb gekregen mijn oren en mijn stem zijn. Ik snap echt helemaal niet wat dat met mijn slaapkamer te maken heeft. Ik leef nu zoals ik wil zijn en anderen hebben daar geen invloed meer op.”

Het is inderdaad opvallend hoe veel persoonlijker hun repertoire is geworden. “Dat is zeker waar,” beaamt Mathilde.

Frank: “De enige waarheid zijn de dingen die jij zelf zo voelt.”
Vooral in de teksten die hij schreef naar aanleiding van de dood van zijn ouders, verborg Frank zijn gevoelens niet. Ze zijn terug te vinden op zijn platen Vaderland (1997) en De Ballade Van De Dromedaris (1998). Na deze platen kwam zijn ‘midlife crisis’; hij kreeg het gevoel dat hij niets meer te vertellen had. “Ik ben veel met hun overlijden bezig geweest en dacht: wat is er nog de moeite waard om over te zingen als je zo lang met zoiets groots bent bezig geweest? Ik verdiepte me heel erg in de eindigheid van alles. En het viel samen met een wereldreis die ik toen maakte. In heel korte tijd gebeurde er ontzettend veel.”
Zijn vader overleed vlak voor hij op reis ging, zijn moeder toen hij net terug was. Mathilde was erbij toen Frank het bericht kreeg dat het fout ging met haar. “We zaten voor het eerst samen bij hem thuis,” vertelt ze. “We zouden in de tuin thee gaan drinken. Het was prachtig zomerweer. We zaten nog niet, of de telefoon ging. Frank hoorde dat zijn moeder het niet lang meer zou maken. We zijn in de auto gestapt en hij heeft me afgezet bij het station.”
Het eerste wat ze kon bedenken, was hem een gedicht sturen. ‘Gras’, van Michel van der Plas. Het eerste couplet ging als volgt:
‘Ik heb mijn moeder honderd maal verloren
In dromen
In winters
Aan een stenen stad
Aan andere kinderen uit haar geboren
En aan vader, bevend lief gehad’
Het is even stil aan tafel. Frank heeft het gedicht later op muziek gezet en krijgt opeens een idee: “Misschien moeten we dat ook spelen tijdens de tournee!”

Mathilde: “Ja! Ik maak er meteen een notitie van.”
Mathilde’s ouders zijn allebei nog in leven en ze heeft een goede band met ze. “Het is wel eens anders geweest, maar het is nu erg goed. Ze kunnen tot het diepst geroerd raken als ze me horen zingen. Maar mijn moeder zegt wel altijd tegen mensen als ze vragen of ze niet trots op me is: ‘Ik ben trots op al mijn kinderen.’”

Frank: “Dat zegt elke moeder.”
 

Eén van de kinderen op straat komt naar binnen. “Mathilde, Mitchell vraagt of je even naar zijn nieuwe fiets komt kijken.”
“Zeg maar dat ik echt kom,” zegt de zangeres. “Maar in mijn eigen tijd.”
Er wordt nog een keer witte wijn en water bestelt. Een meisje kruipt bij haar op schoot. “Ha, lieve schat!” zegt Mathilde. “Stil zijn, hoor.”
Ze vindt Mathilde zo lief omdat ze zo mooi kan zingen, zegt ze. Ze wil later ook zangeres worden.
“Ze logeert bij mij,’ zegt Mathilde. “Ik heb oppaskinderen, ik heb de kinderen uit de straat hier. Ik word steeds beter met kinderen.”
Hoewel ze beiden erg van kinderen houden, ontbreekt het hen aan eigen kroost. Min of een meer toch een bewuste keuze, zegt Mathilde. Maar ook niet helemaal. “Ik heb vermoedens dat ik geen kinderen had kunnen krijgen, want ik ben een DES-dochter. Heb ik ook nooit zo verteld,” zegt ze.

Frank grijpt in en zegt: “Dat moet je ook niet doen. Dan krijg je weer zo’n etiket.”
Mathilde: “Da’s waar. Dan gaan ze daar weer over zeuren. Maar ik heb nooit een partner gehad die het net zo graag wilde als ik. Ik heb altijd zó graag die muziek gewild. En ik heb altijd geweten dat ik kinderen op een andere manier ook zou krijgen, hè. Zoals nu.”
Niet alleen stond de muziek kinderen in de weg, ook de liefde heeft onder hun passie te lijden. Frank is, na een tijdje van haar gescheiden te zijn geweest, weer terug bij zijn grote liefde Agnes, die hij sinds 1992 kent. Mathilde is momenteel alleen. “Ik heb nog wel wat ruimte voor een paar grote liefdes,” zegt ze, twijfelend of ze het onderwerp eigenlijk wel moet aansnijden. “Ik heb een paar hele grote gehad. Ik vond het heel moeilijk tot nu toe. Ik heb alleen maar lange relaties achter de rug van minstens zeven jaar.”

Frank: “In mijn liedje De Muze zing ik: ‘Het spijt me liefste ik heb nu geen tijd, de muze roept me, ik gehoorzaam haar altijd’. Het vergt veel van je partner, want je hebt nog een liefde, een onzichtbare waar een hele hoop bij komt kijken. Als ze tegen mij zouden zeggen: ‘Nu kiezen: de muziek of ik?’, is het voor mij duidelijk: de muziek. Anders zou ik dood gaan.”
Het is geen egoïsme, vinden ze eensgezind. “Maar het is wel egocentrisch,” zegt Mathilde. “Dat wel.”
“Ik weet waarom jullie geen kinderen hebben!” roept het meisje dat op haar schoot zit opeens. Ze heet Yolinde en is acht. “Dat is omdat jullie willen trouwen!”
Frank barst voor de zoveelste keer in een schaterlachen uit.

“Dat is een goed einde van het interview!” giert Mathilde. “Nu zijn we rond!”