In
een gezellige straat in Amsterdam Zuid woont Mathilde Santing. Ze kent
er iedereen en iedereen kent haar. In diezelfde straat ligt haar studio.
Lekker dicht bij huis, dat vindt ze wel zo prettig. Terwijl ze nog even
wat lippenstift op doet, stopt Frank Boeijen zijn gitaar in een koffer
en ruimt wat op. De band is al vertrokken. De hele dag hebben ze
geoefend voor de tournee die ze Even hebben ze hem genoemd.
“Vanwege het tijdsbestek,” zegt Frank.
“Even Apeldoorn, even Rotterdam,” vult Mathilde aan. “Maar we zijn
ook in veel dingen gelijkwaardig, daar verwijst ‘even’ ook
naar.”
We verlaten de studio om in een nabijgelegen café het interview te
doen. Een jongetje op een fiets roept: “Hoi Mathilde!”
“Dag lieverd,” zegt ze.
Frank rolt een shaggie, Mathilde stuurt snel nog een SMS-je. Er wordt
witte wijn en water voor beiden besteld. Ze kennen elkaar al bijna 25
jaar, vertelt Mathilde. Die eerste ontmoeting herinnert ze zich nog
goed. “Dat was tijdens een radiopromotie in Friesland, ergens in
the middle of nowhere. Ik was snipverkouden. Ik kende Frank al wel.
Wist je ook wie ik was?”
Frank: “Ja,
natuurlijk. Jij had dat hitje.”
Mathilde: “Ja,
You Took Advantage Of Me. Jij had toen waarschijnlijk ook al een
paar hits gehad.”
Frank: “Niet
één. We begonnen net.”
Terwijl ze daar zo stond te snotteren, bood Frank haar een schone
zakdoek aan.
Mathilde:
“Ik was zó aangenaam verrast. Het was de eerste keer dat me zoiets
overkwam. Ik weet nog dat ik op de weg terug met die zakdoek zat en
dacht: wat moet ik hier nu mee? Zal ik ‘m wassen en terugsturen?
Iemand vroeg later aan me: ‘Was je verliefd op hem?’ Neuh. Ik was
gewoon stupéfait.”
Jaren later ontwaarde ze hem opeens in de zaal in Nijmegen, Franks
woonplaats. Het was tijdens de tour van haar laatste studioplaat Negen
Levens in 2003. Daarop stonden ook twee nummers van Frank: Vaderland
en De Verzoening. Twee heel speciale nummers voor de zanger, want
Vaderland schreef hij naar aanleiding van de dood van zijn vader
en De Verzoening was destijds in 1986 het nummer waarmee hij brak
met zijn imago van tieneridool.
Frank: “Het
was volledig onverwacht, ik vond het prachtig. Het was een grote eer.”
Wat hen vooral bindt, meent Frank, is dat ze allebei alleen met muziek
bezig zijn. “Dag en nacht. We proberen datgene te doen wat we zelf erg
mooi vinden. En dat al heel lang.”
Dat is een belangrijke overeenkomst tussen de twee. Frank weet er nog
een paar: “We zijn allebei eigenwijs, we zijn bijna even oud (Frank is
48, Mathilde 47, red.) en we houden allebei van Joni Mitchell.”
Mathilde, enthousiast: “En we zijn allebei sinds ons vijftiende jaar
niet zonder partner geweest! De laatste jaren beginnen wat sleetse
plekken te vertonen, maar we houden het nog steeds goed vol.”
Frank lacht hard. Mathilde merkt op dat ze echter artistiek totaal
verschillend zijn. “Ik ben een échte zangeres. Ik zing het materiaal
van anderen. Frank is een echte dichter/componist. Zo zijn we ook
complementair.”
Ze bewondert Frank om de prachtige poëtische dingen die hij schrijft.
“De laatste tijd wordt hij steeds spaarzamer in de middelen die hij
gebruikt en de akkoorden. Maar ook qua woorden. En het gaat ook meer
over volwassen relaties. Het is niet meer alleen onder mooie
kroonluchters zitten.”
Frank: “Je
wordt gewoon ouder. De zaken lagen niet zo simpel als je dacht. Het
verleden wordt groter, net als de bagage.”
Mathilde: “Dat
vind ik het beste aan Frank! Dat hij ouder wordt!”
Er wordt weer hard gelachen over tafel. Frank bewondert Mathilde
vanzelfsprekend om haar zangkwaliteiten. “Ze is een geweldige
zangeres. Ik doe maar wat, maar zij kan het écht. En haar
eigenzinnigheid, de avontuurlijke keuzes die ze maakt, spreekt me erg
aan. Ze is altijd bezig, een bijzonder mens.”
Tijdens de tournee worden vooral Frank Boeijen-nummers gespeeld. Maar
Frank heeft ook nieuw materiaal geschreven, met daarin soms een stukje
tijdgeest.
Frank:
“Het wordt tijd om iets te zeggen, want ik vind dat het de spuigaten
uit loopt in Nederland. Sinds de moord op Fortuyn is het land in
verwarring. We zitten in een soort tussentijd en de vraag is waar het
naartoe gaat. En internationaal gezien helemaal natuurlijk. We zijn in
oorlog, dat wordt nog wel eens vergeten. Het doet mij denken aan de
jaren ’60. De onrust die er is. De onvrede.”
Het gevoel dat Frank in zijn teksten legt, kan Mathilde als geen ander
verwoorden met haar stem. “We zijn sensitief en romantisch,” zegt
Frank. “Maar dat zijn mensen die muziek maken per definitie, ze zijn
met hun zintuigen bezig.”
Mathilde:
“Muziek is ook onzichtbaar. Dat is de reden dat het zo moeilijk is om
over te praten.”
En daarmee komen we bij nog een heel duidelijke overeenkomst tussen de
twee: hun aversie tegen persoonlijke interviews!
Frank, lachend: “Samen
vind ik het wel meevallen, hoor.”
Ook
in hun verleden zijn veel overeenkomsten te vinden. Opvallend is dat
beiden zijn blijven hangen rond de plek waar ze zijn geboren; Frank in
Nijmegen en Mathilde in Amsterdam.
Mathilde: “In
mijn jeugd liep ik hier ook rond, ja. Ik hou van naar dezelfde plek
gaan.”
Frank: “Dit
is écht jouw buurt. Zelf ben ik blij dat ik in Nijmegen zit. Daar heb
ik rust. Ik houd er erg van om anoniem te zijn, heerlijk. En die
anonimiteit heerst ook in je eigen straat, waar iedereen je zo goed kent
dat het er niet meer toe doet. Sinds jij donkere haren hebt, zijn er
mensen in de trein die zich ermee gaan bemoeien. Dat vind ik nogal
wat.”
Mathilde, verontwaardigd: “Het
is me de laatste tijd tientallen keren overkomen! Komen ze naar me toe
en zeggen ze: ‘Blond staat je echt beter.’ En dat vier keer per
week, hè.”
Frank: “Brutaal
is het en zó Nederlands.”
Ze komen allebei ook uit een kinderrijk gezin: Mathilde was één van de
vier, Frank maar liefst één van de tien. “Daar komt mijn verlangen
om met veel mensen aan tafel te zitten vandaan, denk ik. En omdat we
zelf geen gezin hebben, is dat met de band. Gezellig samen eten of na
een optreden nog wat drinken.”
Mathilde:
“Dat vind ik ook het hoogtepunt van de dag. En het dan samen over
goede dingen hebben, niet alleen geiten. Je kent iedereen heel goed, het
heeft iets van broers en familie.”
Mathilde’s vader was piloot, die van Frank typograaf. “Een mooi
beroep,” zegt hij. “Als ik thuiskwam met een nieuwe LP-hoes zei hij
meteen: ‘Wie heeft dit in elkaar geflanst?’ Hij zag precies of iets
recht staat of niet. Mijn hele familie heeft die tik. Hij hield zich ook
bezig met letters en woorden. Net als ik.”
Ze waren als kind allebei bijzonder verlegen. “Maar dat hoort bij
muzikanten,” zegt Mathilde.
Frank is het nog steeds eigenlijk. “Al gaat het steeds beter. Maar je
vraagt je wel eens af: ‘Waarom ben ik dit in godsnaam gaan doen?’
Want eigenlijk wil je niet dat ze allemaal zo naar je zitten te kijken.
Met de ervaring verdwijnt het wel.”
Al jong was muziek voor beiden de uitlaatklep en was er het besef dat ze
daar verder mee wilden. Na de middelbare school wilde Frank niets anders
doen dan een plaat maken. Tot groot verdriet van zijn ouders. Ook die
van Mathilde stonden niet te springen. “Er was een schandaal in die
tijd met een jong meisje dat misbruikt was door haar manager,” vertelt
ze. “Dat gaf ze het idee dat ze me niet alleen konden laten gaan. Ik
ben toen maar muziekwetenschappen gaan studeren, maar dat ging mijn pet
te boven. Daarna ben ik met een drum begeleidingsmachine aan de slag
gegaan en dat stond meteen als een huis.”
Frank: “Die
plaat heb ik gekocht, die was fantastisch.”
Mathilde: “Het
ging zó snel. Ik werd ontdekt, trad op bij Sonja, kreeg een
platencontract. In een jaar was alles rond.”
Frank: “Bij
mij duurde het echt heel lang. Bij de vierde of vijfde plaat pas. Maar
ik heb nooit overwogen te stoppen. Ik had überhaupt nooit verwacht dat
we succes zouden hebben, want niemand hield toen nog van
Nederlandstalige muziek. Ik vind het nog steeds wonderlijk dat ik ervan
kan leven.”
Op z’n twaalfde schreef Frank al teksten. Niet ‘de liefde’ was
zijn favoriete thema, maar zware onderwerpen als de Vietnam-oorlog.
Mathilde: “Ik
liep ook mee in de Vietnam-demonstraties, hoor.”
Frank: “Weet
je nog? Liepen we met zo’n spandoek ‘Johnson Molenaar’ omdat het
woord ‘moordenaar’ was verboden. Dat was uitermate komisch. Ik
schreef er ook gedichten over, dat was wel raar natuurlijk. Ik heb er
zelfs één geschreven over Gerard Reve die Marga Klompé een kus gaf.
Ja, waarom?”
Het hoorde bij die tijd, zo begin jaren ’70, denken ze unaniem. De
popcultuur kwam net op. En ze doken er middenin. Sex, drugs en rock
‘n’ roll. “Het was allemaal nieuw,” zegt Mathilde.
Frank: “Ik
weet nog dat mijn ouders op tv voor het eerst de Rolling Stones zagen,
op een oudejaarsavond. Mijn moeder keek mijn vader aan en zei: ‘Pap,
wat gebeurt er toch?’ Die mensen waren geschokt, joh. Niks kon.”
Mathilde: “Het
was ook cool om maatschappijkritisch te zijn. Wat dat betreft zijn we
blijven hangen.”
Frank: “Ik
ben een hippie in een pak.”
Halverwege
de jaren ’80 hadden ze het allebei gemaakt. Frank was een tieneridool
–tegen wil en dank- die hits scoorde met Nederpop-klassiekers als Zwart
Wit, Linda en Kronenburgpark; Mathilde de lieveling
van de wat meer cultureel aangelegde bevolking, waarbij haar
bi-seksualiteit een pré leek en vaak benadrukt werd. Frank had een geföhnd
kapsel en droeg wijde broeken, Mathilde had een geblondeerd kort koppie
en droeg herenpakken. Maar succes was een moeilijk ding, vond Frank.
Vooral ook omdat ze nog zó jong waren. “Dan weet je nog helemaal niet
wie je bent,” zegt Frank. “Dat wordt ingevuld door anderen. Ik werd
zó geleefd, mijn agenda was zó vol. Vaak was ook de energie weg. Je
bent vermoeid, gebruikt veel drugs.”
De dip na het succes. Ook die kennen ze beiden. Frank zette in 1991 zijn
band aan de kant en ging solo verder. “Dat was moeilijk, want het
waren wél mijn beste vrienden.”
Mathilde:
“Ik heb ongelofelijk leuke dingen meegemaakt,
maar ook veel rotdingen. Vrienden die geen vrienden bleken te zijn;
mensen die je als een dier behandelden in plaats van een mens. Er kwam
een keer een meisje naar me toe en die zei: ‘Jij! Jij stond daar écht
zo in de supermarkt van: ík ben Mathilde Santing en ík doe
boodschappen.’ Zó verwijtend, ik moet daar nog wel eens aan denken.
Van zulke dingen raakte ik gedesoriënteerd en down.”
Frank: “Bepaalde
groepen eigenen zich jou helemaal toe.”
Mathilde: “Dat
is bij mij ook heel erg gebeurd.”
Naarmate ze ouder werden, leerden ze ermee leven. De erkenning bracht
rust. Al vindt Mathilde erkenning een rot-woord. “Echt zo’n
‘journalistenwoord’,” foetert ze.
“In plaats van erkenning kun je beter ‘respect’ gebruiken,”
verbetert Frank. “Ik denk dat veel mensen respect hebben voor Mathilde
omdat ze weten: die heeft altijd gedaan wat ze zelf wou.”
Mathilde:
“Dat vind ik heel goed gezegd: respect. Ik heb altijd gedaan wat ik
wilde, of ik er nu wel of niet beter van werd. En dat had ik ook gedaan
als ik daar geen erkenning voor had gekregen. Ik vind dat ik genoeg heb
bewezen.”
Ze hebben allebei een prestigieuze Edison in de kast staan. Een leuke
prijs omdat ze gegeven wordt door een vakjury, aldus Mathilde. “Ik heb
er overigens drie. Jij?”
Frank: “Twee.
Zo’n prijs is vooral leuk voor je publiek. Dat denkt: waar ik van houd
is zo gek nog niet. Een brief van iemand die me vertelt wat mijn teksten
voor hem hebben betekend doet me veel meer.”
Ze zijn steeds meer van hun vak gaan houden. “O, ja,” roept Mathilde
uit. “Ik ben helemaal into zingen. Ik heb nu op het
conservatorium in Arnhem acht kuikentjes die ik les geef en het worden
al hele kippetjes. Té gek. Zangeres zijn, werken met muzikanten, in de
studio. Leuke mensen, wauw.”
Hoewel ze stabiliteit gevonden leken te hebben, was er bij beiden een
jaar of vijf geleden ook wel sprake van een midlife crisis. Mathilde
denkt dat ze die inmiddels overwonnen heeft. Ze werd van een macha een
diva, de vrouw die ze liefhad verruilde ze voor een man. Ze leeft
‘breed’, zoals ze het zelf noemt. “Mijn plaat Negen Levens
(2003) was voor mij het kantelpunt. En dan heb ik het over mijn eigen
persoonlijke ontwikkeling. Ik heb het altijd beledigend gevonden dat
mensen zich bemoeien met mijn privé-leven en mijn seksuele voorkeur.
Terwijl ik juist vind dat het grootste geschenk dat ik heb gekregen mijn
oren en mijn stem zijn. Ik snap echt helemaal niet wat dat met mijn
slaapkamer te maken heeft. Ik leef nu zoals ik wil zijn en anderen
hebben daar geen invloed meer op.”
Het is inderdaad opvallend hoe veel persoonlijker hun repertoire is
geworden. “Dat is zeker waar,” beaamt Mathilde.
Frank: “De
enige waarheid zijn de dingen die jij zelf zo voelt.”
Vooral in de teksten die hij schreef naar aanleiding van de dood van
zijn ouders, verborg Frank zijn gevoelens niet. Ze zijn terug te vinden
op zijn platen Vaderland (1997) en De Ballade Van De
Dromedaris (1998). Na deze platen kwam zijn ‘midlife crisis’;
hij kreeg het gevoel dat hij niets meer te vertellen had. “Ik ben veel
met hun overlijden bezig geweest en dacht: wat is er nog de moeite waard
om over te zingen als je zo lang met zoiets groots bent bezig geweest?
Ik verdiepte me heel erg in de eindigheid van alles. En het viel samen
met een wereldreis die ik toen maakte. In heel korte tijd gebeurde er
ontzettend veel.”
Zijn vader overleed vlak voor hij op reis ging, zijn moeder toen hij net
terug was. Mathilde was erbij toen Frank het bericht kreeg dat het fout
ging met haar. “We zaten voor het eerst samen bij hem thuis,”
vertelt ze. “We zouden in de tuin thee gaan drinken. Het was prachtig
zomerweer. We zaten nog niet, of de telefoon ging. Frank hoorde dat zijn
moeder het niet lang meer zou maken. We zijn in de auto gestapt en hij
heeft me afgezet bij het station.”
Het eerste wat ze kon bedenken, was hem een gedicht sturen. ‘Gras’,
van Michel van der Plas. Het eerste couplet ging als volgt:
‘Ik heb mijn moeder honderd maal verloren
In dromen
In winters
Aan een stenen stad
Aan andere kinderen uit haar geboren
En aan vader, bevend lief gehad’
Het is even stil aan tafel. Frank heeft het gedicht later op muziek
gezet en krijgt opeens een idee: “Misschien moeten we dat ook spelen
tijdens de tournee!”
Mathilde: “Ja!
Ik maak er meteen een notitie van.”
Mathilde’s ouders zijn allebei nog in leven en ze heeft een goede band
met ze. “Het is wel eens anders geweest, maar het is nu erg goed. Ze
kunnen tot het diepst geroerd raken als ze me horen zingen. Maar mijn
moeder zegt wel altijd tegen mensen als ze vragen of ze niet trots op me
is: ‘Ik ben trots op al mijn kinderen.’”
Frank: “Dat
zegt elke moeder.”
Eén
van de kinderen op straat komt naar binnen. “Mathilde, Mitchell vraagt
of je even naar zijn nieuwe fiets komt kijken.”
“Zeg maar dat ik echt kom,” zegt de zangeres. “Maar in mijn eigen
tijd.”
Er wordt nog een keer witte wijn en water bestelt. Een meisje kruipt bij
haar op schoot. “Ha, lieve schat!” zegt Mathilde. “Stil zijn,
hoor.”
Ze vindt Mathilde zo lief omdat ze zo mooi kan zingen, zegt ze. Ze wil
later ook zangeres worden.
“Ze logeert bij mij,’ zegt Mathilde. “Ik heb oppaskinderen, ik heb
de kinderen uit de straat hier. Ik word steeds beter met kinderen.”
Hoewel ze beiden erg van kinderen houden, ontbreekt het hen aan eigen
kroost. Min of een meer toch een bewuste keuze, zegt Mathilde. Maar ook
niet helemaal. “Ik heb vermoedens dat ik geen kinderen had kunnen krijgen, want ik ben
een DES-dochter. Heb ik ook nooit zo verteld,” zegt ze.
Frank grijpt in en zegt: “Dat
moet je ook niet doen. Dan krijg je weer zo’n etiket.”
Mathilde: “Da’s
waar. Dan gaan ze daar weer over zeuren. Maar ik heb nooit een partner
gehad die het net zo graag wilde als ik. Ik heb altijd zó graag die
muziek gewild. En ik heb altijd geweten dat ik kinderen op een andere
manier ook zou krijgen, hè. Zoals nu.”
Niet alleen stond de muziek kinderen in de weg, ook de liefde heeft
onder hun passie te lijden. Frank is, na een tijdje van haar gescheiden
te zijn geweest, weer terug bij zijn grote liefde Agnes, die hij sinds
1992 kent. Mathilde is momenteel alleen. “Ik heb nog wel wat ruimte
voor een paar grote liefdes,” zegt ze, twijfelend of ze het onderwerp
eigenlijk wel moet aansnijden. “Ik heb een paar hele grote gehad. Ik
vond het heel moeilijk tot nu toe. Ik heb alleen maar lange relaties
achter de rug van minstens zeven jaar.”
Frank: “In
mijn liedje De Muze zing ik: ‘Het spijt me liefste ik heb nu
geen tijd, de muze roept me, ik gehoorzaam haar altijd’. Het vergt
veel van je partner, want je hebt nog een liefde, een onzichtbare waar
een hele hoop bij komt kijken. Als ze tegen mij zouden zeggen: ‘Nu
kiezen: de muziek of ik?’, is het voor mij duidelijk: de muziek.
Anders zou ik dood gaan.”
Het is geen egoïsme, vinden ze eensgezind. “Maar het is wel
egocentrisch,” zegt Mathilde. “Dat wel.”
“Ik weet waarom jullie geen kinderen hebben!” roept het meisje dat
op haar schoot zit opeens. Ze heet Yolinde en is acht. “Dat is omdat
jullie willen trouwen!”
Frank barst voor de zoveelste keer in een schaterlachen uit.
“Dat is een goed einde van het interview!” giert Mathilde. “Nu
zijn we rond!” |