| Libelle
augustus 1997 tekst Alex Verburg fotografie: Arnold Vente __________________________ Het Zomeravondgesprek met zangeres Mathilde Santing
|
|
"Alleen in de puberteit zong ik niet. Toen lag ik opgerold in een winterslaap, tot de muziek me weer wakker kuste". Ze is een verbindingsofficier tussen hemel en aarde in de musical Joe , het "spirituele liefdesverhaal" dat tot begin december in Carré te zien is. "Mensen denken: Mathilde kiest voor het grote geld. Dat is niet waar. Ik ben gaan zingen door musicals!" "Oehoe!", galmt het in twee betekenissen hoog tussen de huizen van de betrekkelijk rustige straat. Het geblondeerde hoofd van Mathilde Santing (1958) hangt uit het raam:"Nog één schoen!" Als na een minuut of vijf het hoofd andermaal is verschenen - "Ik kan m'n sleutels effe niet vinden", klinkt het Amsterdamser dan vermoed - gaat de deur open. Na onze vorige afspraak keerde ik onverrichter zake naar huis: je voelde je niet lekker, zei je. Zie je tegen interviews op? "Je kunt van tevoren je schema niet zo samenstellen, dat je weet: op dát moment ben ik te moe, is het tijd dat ik de gordijnen even dichttrek. Dat gebeurde er eigenlijk de vorige keer. Ik ben een gevoelig iemand. Het valt niet mee mezelf happy en in conditie te houden. Mijn leven laat zich moeilijk vergelijken met dat van andere mensen. Dat maakt het eenzaam, in de zin van: hoe moet ik dit nu aanpakken, wat is terecht en wat niet, wanneer moet er met wie rekening worden gehouden?" Maakt dat jouw afspraken minder bindend dan de mijne? "Op zich niet. Maar er wordt aan mij wel meer getrokken, denk ik. Op plekken waar ik het niet verwacht, op straat, op feesten, spreken hele series mensen mij aan, leveren commentaar, komen met adviezen waar ik niet om heb gevraagd, gaan ineens gesprekken met mij voeren omdat ik zangeres ben geworden, identieke gesprekken, jarenlang! Daar word je toch hoorndol van?! Maar ik ben heel serieus, consciëntieus, ik loop de kantjes er niet van af. Daarin heb ik een voorbeeld aan mijn vader genomen. Toen ik zeven was, is hij in een psychose geraakt. Overspannen", zegt hij zelf. Hij heeft ontzettend zijn best gedaan om piloot, een goede piloot te kunnen blijven. De manier waarop hij, als captain, met mensen omging, zijn zorgzaamheid, heeft veel indruk op mij gemaakt." Ben je zelf bang in een psychose te kunnen raken? "Wel geweest, ja. Voor mensen die dat in hun familie hebben meegemaakt, schijnt de deur als het ware op een kier te zijn gezet. Maar volgens mij kan het iedereen overkomen: flinke stress, weinig slaap en daar nog eens een knallende echtelijke ruzie overheen... In crisissen ben ik er nog wel bang voor. Ik vergelijk het altijd met geluid dat kaatst, weer in de microfoon terechtkomt, opnieuw kaatst en wéér in de microfoon terechtkomt. Dan krijg je van die fluittonen, waar het systeem door op tilt slaat. Dus ik moet gewoon goed slapen". Werd je vader een andere man voor je toen het gebeurde? "Ik zag wel dat er iets niet in orde was, maar ik vertrouwde hem nog steeds. Ik wist dat hij nooit écht gekke dingen zou doen, zou gaan slaan, agressief zou worden, gevaarlijk. Dat toch de veiligheid wegviel die er daarvóór was geweest, had meer met de omgeving te maken. Als iemand zomaar een plant uit de tuin trekt, roept iedereen even 'Belachelijk' en verder is het niet erg. Maar wat mijn vader overkwam, was kennelijk zo helemaal niet de bedoeling, dat erover werd gezwegen. Dat heeft effect op je". Nadat iemand uit mijn kring in een psychose was geraakt, ben ik haar een beetje gaan ontzien, waardoor ik mij in dat contact wel eens onwaarachtig heb gevoeld. "Ja, je ontziet de ander door toneel te gaan spelen. Hij steekt een heel verhaal af en jij weet: dat durft hij helemaal niet, daar is hij doodsbang voor. Je gaat een beetje voor de ander denken. Je tempert je reacties, positief en negatief, in je affectie en in je kritiek. Je gaat niet zo diep als je normaal gesproken zou gaan. Het is een dilemma, je wilt de ander beschermen, maar emotioneel lieg je. Dat is pijnlijk". Wat betekent muziek voor jou? "Muziek heb ik vaak vergeleken met een baby die ik in mijn armen heb. Dat soort liefde is het. Als mensen tegen me zeggen dat ik eigen nummers moet gaan schrijven, voelt het alsof ze zeggen dat ik pleegkinderen heb, dat ze niet van mij zijn. Achteraf kan ik zien dat die hele toestand thuis mij geschikt heeft gemaakt voor dit beroep. Muziek ordent en troost. Er was zo'n trauma kennelijk, zo'n noodzaak om die reddingsboei vast te grijpen. Het had makkelijk verkeerd met mij kunnen aflopen. Je ziet veel mensen die bekend zijn, aan de drugs gaan of macrobiotisch worden. Ik ben ook iemand van sterke prikkels. Als ik afval, wil ik eigenlijk niet meer eten. Drugs: iets sterkers dan coke heb ik nooit gebruikt, dus nooit heroïne of LSD, maar verder heb ik van alles geprobeerd. Ik had makkelijk in die hoek kunnen eindigen. Mijn stem, de muziek heeft me op het rechte pad gehouden. Ik vast af en toe, drink cichorei-koffie... Het gaat toch om de brandstof die je kiest, de kaart die je voor jezelf koopt, de route die je voor jezelf uitstippelt. Verder draai je op wat je meegemaakt hebt als kind. Ik herinner me de verwondering toen ik voor het eerst bij een vriendinnetje thuiskwam en dacht:Hèèè? Geen kleed over de tafel? Nóóit zou mijn moeder dát doen! Dus je 'basiskaart' zal ik maar zeggen, is dan al aangeschaft". Wanneer was het duidelijk dat je zangeres wilde worden? "Nou, ik heb er bijna alles aan gedaan om te voorkomen dat ik het zou worden. Nee, dat is niet waar. Maar het was wel een weg van mislukkingen. Op mijn vijfde kwam ik op muziekles bij mevrouw Zwart - de eerste die mij op schoot nam en knuffelde, dat was er thuis niet bij. Ik zong elke week een liedje en ze liet me ook improviseren, ik was daar goed in. Maar bij uitvoeringen kregen anderen een beurt, dat hadden we samen afgesproken, want ik was te verlegen. Ondertussen dacht ik wel: oooh, ik kan dit veel beter...! Toen heb ik auditie gedaan voor de muziekschool in Amstelveen. Tot aller verbazing werd Mathilde afgewezen, hoefde ook niet terug te komen, dat had geen zin. Ik ben privéles gaan nemen bij Elisabeth Ooms en heb toen, op mijn dertiende meegedaan aan een talentenjacht van Tina. Ik was ervan overtuigd dat ik tenminste bij de top drie zou eindigen - Which way you're going Billy, can I go too? Geen sprake van. Een paar jaar later was er weer een talentenjacht. Ik zou eraan meedoen, samen met mijn broer die met mijn andere broer in een band zat. Deelname kostte een rijksdaalder, de entree zes gulden. De jongens van de band keken elkaar eens aan en zeiden: wij schrijven ons ook in, dan kunnen we met z'n allen naar die talentenjacht. Dus allerlei duo's gevormd, ontzettend gelachen, maar het einde van het liedje was dat zij die alleen meededen om voor tweevijftig binnen te komen tweede of derde werden en ik, die er serieus aan deelnam, achtste werd. Dus een serie van mislukkingen. Tot ik die machine vond, een gecombineerde synthesizer en ritmebox. Ik ben begonnen op mijn kamertje, terwijl mijn broers die proestend achter de deur stonden te luisteren: Mathilde is gek geworden, die is aan het zingen met een machine! Maar ja, binnen een paar jaar stond ik met m'n machine in galerietjes te zingen, in het vrouwencircuit, op kleine popfestivals. En toen kwam Sonja, die in die tijd waanzinnige kijkcijfers had. Ik mocht met mijn machine beginnen, daarna zou een combo het overnemen. 'Dat doe ik niet', zei ik - die baby, weet je wel, daar mochten ze niet zomaar een ingreep op plegen! 'En als het daarop afketst?' vroegen ze. 'Als ik het doe, doe ik het op mijn manier'. Dat televisieoptreden is één van de beste moves geweest die ik in mijn leven gedaan heb. Maar ergens móest het zo gaan, ik moest zingen, ik zong de hele dag, al jaren; op de stilstand in de puberteit na dan, waarin ik opgerold lag in een winterslaap, tot de muziek me toch weer wakker kuste". Op je drieëntwintigste kwam je eerste plaat uit die meteen een eclatant succes werd. Hoe reageerden je broers, tandenknarsend? "Nee, we houden veel van elkaar. Als er jaloezie zou zijn tussen ons, zou ik dat kwetsend vinden. En voorzover het er is, zal ik het niet bagatelliseren omdat ik het niet vind kunnen tussen broer en zus. Mijn ouders lieten ons vroeger al nooit op elkaar passen, dat vonden ze niet niet goed voor je ontwikkeling van loyaliteit ten opzichte van elkaar. Wat dat betreft hebben we een fantastische jeugd gehad. Er was een goede sfeer. Ik heb ook altijd leuke vriendinnen gehad; niet zo veel, maar de paar die ik had, zijn nog steeds mijn vriendinnen. Henriëtte, ik weet nog dat ik haar voor het eerst zag toen ik drie was, ze droeg een lange vlecht. Een óndeugd, een loltrapper. Als meisjes van elf, twaalf gingen we kruipend naar school van het lachen en kruipend terug. We zeiden wel eens tegen elkaar:'We hebben vandaag zo gelachen, het moet niet zo worden dat we alléén maar lachen'. Maar tien minuten later lagen we weer huilend in de vensterbank. Mijn ouders hadden de leuke gewoonte ons af en toe te laten verhuizen binnen het huis, zodat niet iedereen altijd dezelfde kamer had en je ook eens op de mooie grote slaapkamer van je ouders mocht. Op een gegeven moment had ik een heel klein kamertje en daar lag ik met een vriendin zo te lachen - zij gillend, stampend op de grond, ik met mijn vuisten in het kussen - dat mijn vader met zo'n hopeloze blik kwam vragen of het misschien ietsje zachter kon. Ooo, genoten! Ons huis was echt de verzamelplek. De huiskamer lag naast de garage, mijn ouders hadden daar een deur tussen laten zetten, geluidsboxen opgehangen in de garage en gordijnen en er een mooi blokjeszeil laten leggen en dan hielden ze dansfeesten met Glen Miller-muziek. Wij speelden er sprookje, deden er tikkertje in het donker en hadden er onze tienerfeestjes: dan zetten we muziek op en gingen schuifelen. Het was niet de bedoeling dat we blowden, maar verder was het heel vrij, ook met vriendjes. Ik ben er relaxed en vol zelfvertrouwen aan begonnen". Je hebt nu een vriendin. "Ja, juist vanuit dat makkelijke begin thuis, met jongens en vrijheid en thuis, had ik zoiets van: als ik dit mag voelen voor een man, dan mag ik het ook voelen voor een vrouw. Uiteindelijk vond ik het moeilijk uit te maken wat ik nou was. Als je voor de geëffende weg kiest, vind je overal borden en pijlen en heb je in no time snelheid gemaakt. Maar als je wat vrijer wordt en wat opener, wat is dan wat? Wat is vriendschap? Wat is liefde? Ik noem mij biseksueel, ook als ik tien jaar met mijn vriendin monogaam leef. Ik ben nog wel eens verliefd op een man, maar het brengt me niet meer in de war". |
![]() |
Heb je wel eens aan kinderen gedacht? "Ik heb de indruk dat ik zelf geen kinderen kan krijgen en heb daar verdriet om gehad en erom gerouwd. De vriendin met wie ik nu ben, is tweeëndertig. Wat dat betreft ben ik in een nieuwe ronde gekomen. In ieder geval vind ik - ik zeg het heel zachtjes, want je moet mensen vrijlaten in dat soort keuzes - dat als het er nog van komt, de vader bekend moet zijn. Ik vind dat de vaderwens van een kind niet minder zwaar mag wegen dan jouw kinderwens". Jouw ouders zijn humanisten, heb ik ergens gelezen. Tolerantie, solidariteit, persoonlijke vrijheid deden er toe bij jullie thuis. Kan vrijheid ook een dogma zijn? "Ik geloof dat het vertrouwen dat mijn ouders in ons stelden en de vrijheid die ze ons op grond daarvan gaven, echt was. 's Zomers gingen we naar humanistische kampen die in samenwerking met de NVSH werden georganiseerd, nou..., toen begon het leven! Mijn vader had een goed salaris, dat werd op een leuke manier besteed. We woonden niet in een villa en er lag ook geen boot voor de deur, maar als ik een muziekinstrument wilde kopen, kon dat. Wat ik in dat humanisme misschien een beetje heb gemist, was de versiering. Natuurlijk is God niet een man op een troon of zo, maar mijn ouders gingen wel heel erg uit van het tastbare, het aanwijsbare: de wereld is wat wij zien, we houden ons alleen bezig met wat we weten, over wat we niet weten hoeven we het ook niet te hebben. Ik miste een beetje het ritueel, de parade, het mooie theeservies, de brandende kaarsjes". |