|
Elegance nr.1 januari 2001 tekst Leontien Wegman foto's Erwin Olaf styling Ildiko Korzelius haar en make-up Renata Mandic _________________________________________________________________________________________________________________ Door haar autonome opstelling wordt ze beschouwd als eigenzinnig, ingetogen en onverzettelijk. Ze is niet de bekendste zangeres van Nederland, maar wordt wel al jaren gezien als de beste. Mathilde Santing (42) noemde het podium eens de beste plek om haar onzekerheid te overwinnen. Performen lijkt niet de meest voor de hand liggende keuze voor een vrouw die vanaf haar kindertijd een moeizame zoektocht naar veiligheid ondernam. En het voortdurend kiezen voor zichzelf, vaak tegen alle conventies in, bracht haar uiteindelijk waar ze zich nu bevindt: thuis. Eerlijk duurt het langst Het eetcafé telt deze avond twaalf bezoekers die in het wat sjofele interieur de tijd doden. Welgeteld zes van hen zijn gestaag op weg naar een staat van onvermijdelijke dronkenschap. Hun benevelde irritaties schallen: 'Om hallef tien vroeg je me al of ik een vriend had en daar gaaf ik al aantwortop, nou is 't kwart voor tien en hêje 't er weer overt. Nou nie meer. Nou bennik 't zat. Ik het geen vriend en nou je kop houwe!' Als Mathilde Santing binnenkomt, zingt een half dozijn schorre kelen op flemende toon: 'Hé! Mathílde!' Even blijft de zangeres staan in het tl-licht: kort blond haar, een prachtig bruin, zachtglanzend colbert en een miniscuul zwart tasje van nepbont schuin voor het middel, waar een verbazingwekkende hoeveelheid brillen, aanstekers, papiertjes, een zakje hasj, sigaretten en andere parafernaria in zal blijken te huizen. Santing wijst de straat in. Links haar woning, rechts de studio waar ze met haar band reperteert. En precies in het midden het eetcafé met alle nachtvlinders uit de buurt waar ze inmiddels tien jaar woont. 'Dit is mijn straatje!' zal ze uren later glunderend zeggen. Haar stem is een beetje hees en soms zo zacht dat ze het opnameapparaatje maar op schoot legt. Wanneer ze praat, wendt ze haar blik het grootste deel van de tijd naar elders: de straat in, of via de takken van de bomen richting nacht. Later pas, waarschijnlijk als de gesprekspartner wat meer vertrouwen wekt, richt zij haar vriendelijke en indringende ogen vaker op de ander. |
|
|
| Hoewel interviews geven
haar een gruwel zijn, kwam ze deze avond na een lange dag reperteren en twee
optredens voor bedrijven alsnog naar deze voormalige snackbar op loopafstand
van haar woning. 'Optreden voor het zakenleven moet je niet te vaak doen',
zegt ze als het onderwerp ter sprake komt. 'Het kán heel leuk zijn, maar de
locaties werken soms zo tegen. Nu ook, we stonden in één grote galmbak. Dan
is het net of je staat te koken en maar een beetje lukraak eten naar het
fornuis gooit. Maar het vreemde is dat je het altijd, hoe de omstandigheden
ook waren, toch leuk vindt. Kennelijk ben je uiteindelijk een ledig podiumdier
geworden. Zodra je voor een zaal staat, wordt er iets in je wakker en dan moet
het altijd weer lukken. En áls het dan weer gelukt is, ben je opgetogen,
altijd weer. Het gekke is dat ik me nog steeds vreselijke zorgen maak voor een optreden. Die zorgen zijn waarschijnlijk juist de reden waarom je het goed doet. Je gaat er nooit van uit dat je het wel weet. Ik doe ook niet altijd de makkelijkste dingen. Een hoog nummer zingen waarbij je alleen een gitaar als begeleiding hebt, dat is heel moeilijk. Uren van tevoren vraag ik me af: doet mijn stem het? Komt 'ie zo hoog? Lukt het? Die spanning is meestal aangenaam, maar het heeft ook iets onaangenaams. Het is te vergelijken met naar een verjaardagsfeestje gaan. Je hebt wel zin maar bent ook bang dat je alleen zult zijn of dat iemand er niet is van wie je hoopt dat hij er wel zal zijn. Als je er zelf niet iets van maakt, dan wordt het niks. Dat weet je, dus is de vraag: kun je dat opbrengen? Ik vind zingen heerlijk. Maar ik vind alles eromheen moeilijker dan het zingen zelf. Het is het publiek dat maakt dat je het steeds weer doet; je wilt ze versieren, je wilt ze te pakken krijgen. Door die wens doe je je uiterste best, maar dat doe je óók omdat je zèlf geïnteresseerd en opgewonden bent.' Haar mobieltje rinkelt. Een kort gesprek. Dan: 'Ik ga over twee dagen met mijn accordeonist naar New York voor een documentaire van Brigit Hillenius voor de NPS. Het gaat over hoe ik in die stad muzikanten zoek voor een eigen band. Ik wil proberen in dat mekka voor muzikanten te gaan zingen. Maar met je eigen band daar naartoe gaan, is te duur.' Na een korte stilte: 'Door eerdere bezoeken aan New York heb ik ontdekt dat ik pas ergens thuis ben als ik er zing. Ik ga niet naar New York om daar carrière of naam te maken. Ik ben nog steeds nieuwe dingen aan het ontdekken. Ik vind dat ik mezelf nog niet kan meten met de allerbesten, en dat is wel het niveau dat ik wil bereiken. Wat daarvoor nodig is, is dat ik niet meer zo nadenk. Ray Charles bijvoorbeeld, die heeft het vermogen zeer simpel, maar ook heel geconcentreerd te kunnen zingen. Bij mezelf vind ik dat het nog te veel in details verwatert. Je probeert mooie variaties te maken en achteraf constateer je dat je er alleen maar dingen door verloren hebt. Maar ik leer steeds meer weg te laten. Zingen is moeilijk: het is ingewikkeld om niet verzeild te raken in louter gevoelens. Je moet zuiver zingen èn tegelijkertijd tellen èn dynamiek maken èn rekening houden met wat je lichaam kan. Dus je bent aan het goochelen met verschillende ballen en daar moet je bij nadenken. Zingen is een mooie combinatie van nadenken en voelen. Van wiskunde en gewoon maar wat doen. Dat kan tegelijkertijd, maar je wordt heel snel beïnvloed door bijvoorbeeld je eigen gemoedstoestand.' Wantrouwen jegens de muziekwereld Santing timmert als professioneel muzikante al vanaf het begin van de jaren tachtig aan de weg. In bijna twintig jaar evolueerde ze van een zangeres die de pers en vooral de muziekwereld met groot wantrouwen tegemoettrad en die depressieve periodes kende in haar persoonlijke leven, tot een evenwichtiger vrouw die eindelijk de vruchten plukt van jarenlang koppig haar eigen weg zoeken. Het gaat haar nu voor de wind, op emotioneel en muzikaal terrein. 'Ik denk', zegt ze, terugkijkend, 'dat het heel belangrijk voor mij is geweest om emotioneel veilig te zijn. Dat heb ik al vanaf een heel jonge leeftijd echt nodig gehad. Ik kom uit een eigenwijze familie, mijn ouders hadden niet zoveel op met het circuit van showbusiness en geld. Ik wist dat ik met die muziek een wereld in stapte waarin de oplichters misschien wel verder komen dan de serieuze vakmensen. En het was voor mij belangrijk om eerlijk te zijn. Ik kon het me niet permitteren om zingen oneerlijk te maken; dan had ik mijn eigen kompas kapot gemaakt. Nu betaalt het zich pas een beetje terug: ik weet heel goed waar ik me prettig bij voel en wat werkt. En ik heb meer zelfvertrouwen: als iets niet loopt weet ik dat ik rustig kan afwachten, dat het antwoord vanzelf een keer komt. Maar het blijft moeilijk: soms lijkt het wel of je eerst twee passen achteruit zet voordat je een pas vooruit kunt zetten. Intussen ben ik er meer aan gewend om vanuit twijfel ergens te komen. Ik weet nu dat die onzekerheid wat oplevert. Maar het is nooit leuk. Dat moment dat je twee passen achteruit moet, gebeurt namelijk allemaal en plein public. Ik kan het soms niet uitstaan dat iedereen weet hoe ik het doe, dat iedereen op een avond gezien heeft waar ik mee bezig ben, behalve ikzelf. Dat ik - als je het anders stelt - niet weet hoe ik precies ben.' Er volgt een lange stilte als Santing nadenkt over de vraag waar ze zichzelf de laatste tien jaar het sterkst in veranderd vindt. 'Ik denk dat ik me gerealiseerd heb dat ik echt zangeres ben. Ik weet dat ik de concentratie heb als ik zing. Ik kan ook steeds beter aan muzikanten overbrengen wat ik wil. Beslissen wat je speelt, hoe je het speelt. Het wordt voor mij emtioneler, maar ook meer genieten. En toch zijn er nog te weinig momenten dat ik denk: dit ìs het. Vaak heb ik die aan het einde van een tournee. Je hebt de hele tour je uiterste best gedaan en dan komt die laatste avond. Zelf noem ik dat: kissing the songs goodbye. Het is daarna namelijk echt afgelopen, je gaat dan weer losse dingetjes doen, ander repertoire. Op zo'n laatste avond neem ik afscheid van die liedjes, dan zing ik ze nog één keer voor mezelf.' Haar armen beschrijven een cirkel in de lucht, tot al haar tien vingers haar lippen raken. Een kus op al die samengevoegde vingertoppen, en de handen wijzen de hemel in. Met heel zachte stem: 'En dan zing ik ze vaak toch veel intenser. Ik denk dat ik dat vroeger meer had. Dat je het zo heerlijk vindt om te zingen, dat je zelf als het ware ook luistert. Het komt deels omdat ik nu hogere eisen stel en denk: dit is niet helemaal wat ik wil. Dan ben ik te ambachtelijk bezig. Hoe sterker je wordt, hoe meer je kunt zien van jezelf. Ineens besef je wat je doet en altijd al gedaan hebt. Je vindt het heel erg wat je ziet, maar je kunt het aan. Een hoop dingen zijn gelukt, en daar ben ik sterk van geworden. Ik heb absoluut goed voor mezelf gezorgd, in de platenbusiness en privé. En ik ben daar nooit mee opgehouden, ik weet hoe de dingen in elkaar zitten op allerlei gebied. Dat helpt ontzettend. Risico's nemen, maar dan wel met mensen die je vertrouwt. Men vindt dat ik zo'n moeilijke weg heb bewandeld door bijvoorbeeld op muzikaal terrein niet voor de commercie te kiezen. Maar ik geloof dat ik veel slechter af was geweest als ik dingen had moeten doen omdat andere mensen dat wilden. Dat had ik niet kunnen verdragen, anderen die macht over me hebben.' Goed leren liegen Enkele jaren geleden trad Santing voor het eerst in de pers naar buiten met het verhaal over haar jeugd. Als kind in een gezin met vier kinderen had ze, naar eigen zeggen tot haar zevende, een zeer zonnige jeugd. Haar vader had een verantwoordelijke baan op vrij hoog niveau en het gezin leefde in zekere welstand. Maar het was vooral een hechte familie waarin de twee jongens en de twee meisjes veel vrijheid hadden om zichzelf persoonlijk en creatief te ontplooien. Toen Mathilde zeven jaar was, werd Santings vader, zoals hij het achteraf noemt, zwaar overspannen. De licht verwarde geestestoestand die daarbij hoorde kwam later nog driemaal terug in diezelfde vorm. Het heeft haar sterk gevormd. De gebeurtenissen rond de ziekte van haar vader hebben haar als kind een groot wantrouwen en een gevoel van onveiligheid gebracht. Onveiligheid die bedwongen moest worden met een overmatige hang naar oprechtheid, waarheid, werkelijkheid. Praten over die jeugd blijkt ruim dertig jaar later moeilijk. De gevolgen van de periodes overspannenheid op de loopbaan van haar vader hebben diepe sporen achtergelaten in het gezin waarvan de ouders uiteindelijk scheidden. Over die gevolgen praten is onmogelijk, omdat er tot op de dag van vandaag nog steeds méér belangen spelen dan alleen die van Mathilde Santing. Maar de ziektegeschiedenis en vooral het zwijgen daarna bepaalde wel de eigenzinnige en soms moeizame weg die de zangeres bewandelde op weg naar muzikale en persoonlijke vrijheid. 'Muziek gaat heel erg over eerlijk zijn,' stelt ze. 'Je kiest een plek, het podium, waar je eerlijk moet zijn. Daar word je wel verlegen van, maar het enige waar verlegenheid over gaat, is eerlijkheid. Ik kan heel goed liegen.' Na even haar blik in die van de ander te hebben geboord: 'Ik heb heel goed leren liegen. Thuis werd er over veel níet gesproken, werd gedaan of alles goed was' Zegt nogmaals met grote stelligheid: 'Ik kan héél erg goed liegen. In het begin was ik in het dagelijks leven een heel ander persoon dan op het podium. Het toneel is een plek die je dwingt eerlijk te zijn en het is je talent dat je daartoe verleidt. Je bent op het podium in een verhoogde staat van bewustzijn. Daar raak je aan verslaafd, daar krijg je behoefte aan. Dat merkte ik toen ik een tijd niet zong. Maar toch, en dat overvalt me nog steeds, denk je: misschien wil ik niet meer.' Een diepe zucht. Dan, met een grijns: 'Postbesteller in Drenthe. Dat lijkt me dan wel wat.' Serieus daarna: 'Nu weet ik dat het de bedoeling was, dat ik zing. Het klinkt misschien gek, maar ik heb nooit gehouden van bekend zijn. Ik houd ook niet van interviews. Waar ik echt mee bezig ben, daar praat ik niet over, dat is te privé of te vers. In hoeverre kun je echt overbrengen wat je voelt?' |
|
|
| Afkeer van routine Interviews geven vindt ze lastig, omdat ze van tevoren nooit helder krijgt waarover ze het wil hebben. Maar tot haar verbazing moet ze concluderen dat het tot nu toe vrij aardig gaat, dus voort op het ingeslagen pad en verder peuteren. Santings relatie met haar vriendin bijvoorbeeld, die al ruim zeven jaar duurt en nooit heeft geresulteerd in samenwonen. 'Ik houd van alleen wonen. Ik vind samenwonen waanzin. In de tijd dat ik jong was, de jaren zeventig, deed niemand dat en nu woont iedereen samen! Men is over het algemeen ook zeer verbaasd dat wij niet samenwonen. Het lijkt me wel fijn om daar ooit aan toe te komen, maar het kan nu niet. Mijn hele leven is geconcentreerd rond mijn werk. Ik geloof niet dat ik een partner om me heen zou kunnen hebben als ik 's avonds doodmoe thuiskom. Dan wil ik stil zijn. Ook 's ochtends, als ik opsta. Ik denk niet dat ik wat dat betreft een heel erg leuke partner ben. Ik ben bijvoorbeeld erg zenuwachtig, ik word niet vriendelijk van spanningen. Ik heb veel tijd en ruimte nodig, en rust om ergens naartoe te werken. Dat heeft met een heel hoge gevoeligheidsgraad te maken en met een afkeer van routine: hoe meer de dingen routineus verlopen, hoe meer het toch weer liegen wordt.' Opnieuw keert het gesprek terug naar de ingrijpende gebeurtenissen in haar jeugd. De gevolgen van een zo abrupt afgebroken veiligheid binnen het gezin zijn jaren later nog steeds voelbaar in de subtiele en soms onbegrijpelijke wijze waarop met bindingen wordt omgegaan. Maar ook: wat het je op kan leveren aan doorzettingsvermogen. Pure, echt kracht. Santing: 'Ik voel me heel erg alleen. In de zin dat ik weinig mensen ken met wie ik goed over vroeger kan praten. Maar het wordt minder pijnlijk. Hoe meer je jezelf en je eigen geschiedenis kent, hoe minder je dat hoeft te delen met andere mensen. En ik merk dat ik heel weinig mensen om me heen nodig heb. Ik heb een paar vrienden, en dat is eigenlijk genoeg. De laatste jaren heb ik me volledig gerealiseerd dat ik me met eem heel klein groepje mensen echt goed voel en dat de rest zo ver verwijderd is van dat gevoel dat het niet de moeite waard is om daar nog mee bezig te zijn.' De woede van een huilbaby Het gesprek kom opnieuw op haar vader. Ondanks alle spanningen thuis heeft ze veel van hem geleerd: 'Vooral dat als je dingen veilig en goed wilt doen, je bereid moet zijn soms tegen de stroom in te gaan en altijd je verantwoordelijkheid moet nemen.' Na de vraag wat ze van haar moeder geleerd heeft, valt een lange stilte. Santing zit doodstil, denkt na en kijkt naar de grond. Vlak voor ze uiteindelijk iets zegt, beginnen de duimen van haar in de schoot gevouwen handen ineens driftig tegen elkaar te tikken. 'Tsja. Wat zal ik zeggen: de relatie met mijn moeder is niet zo heel erg goed. Zij heeft natuurlijk ook wel geleden onder de situatie.' Opnieuw een lange stilte. Dan: 'Mijn moeder belde mij laatst, dat ze een documentaire had gezien over huilbaby's. "Volgens mij was jij er ook een," zei ze tegen me. Dat wist ik helemaal niet, dat ik als baby wekenlang elke dag een paar uur huilde. En zij wist toen niet dat ik zo'n baby was. Ze zei ook dat ze in documentaire had gezien dat sommige huilbaby's agressief werden. "Maar jij werd niet agressief," zei mijn moeder. Toen dacht ik: nou, dat weet ik zo net nog niet. Ik heb zelf altijd gedacht dat die woede-uitbarstingen die ik heb met mijn vader te maken hebben, maar misschien is het toch meer een reactie op het feit dat ik me als baby niet goed heb gevoeld en dat mijn vader me uiteindelijk onbedoeld geleerd heeft wat je met woede kan doen. Dat denk ik nu.' Ineens, zonder overgang: 'Mijn moeder is een enig mens, iedereen loopt met haar weg, vindt haar fantastisch, maar...dit weet ze ook wel, daar vertel ik haar niks nieuws mee, het is een schat. Maar we kunnen niet echt goed met elkaar overweg. Mijn ouders hielden allebei veel van lezen, veel van analyseren. Ik heb daar nog steeds moeite mee. Met dat gepraat. Alles maar met je hoofd doen. Ik miste altijd een beetje het mysterie. De magie. Het gevoel van dat je het juist niet allemaal weet. De mooiste dingen zijn toch eigenlijk de dingen die je niet kan omschrijven. Dat is ook de hekel die aan interviews heb. Dat het weer stuk geluld moet worden.' Wanneer meteen daarop het voorstel komt te stoppen met het vraaggesprek, lichten haar ogen op en zucht ze hartgrondig: Já!' Daarna barst ze in een hoge hese, bevrijdende lach uit. Voor het eerst gedurende het voorgaande uur lijkt Santing te ontspannen. Uit het bonttasje graaft ze een rolletje hasj op, waarna ze in een oogwenk een beschaafde joint draait. Ze neemt nog een whiskey-cola en observeert, ineens volkomen op haar gemakl, afwisselend de gesprekspartner en de wankele gang die enkele stamgasten vanaf de drempel van het café naar hun huizen in de straat maken. Later voegt zich Joris Teepe, jazzbassist en goede vriend, nog aan de formica tafel. Veel gelach, lange gesprekken over wat muziek maken betekent voor je gevoelsleven, je carrière, je leven. Na middernacht neemt Santing afscheid. Ze gaat een bed klaarmaken voor Teepe, die in New York woont en tot donderdag bij haar zal logeren. Een half uur later loopt ze langs het terras. De andere kant van de straat lokt: Teepe zit in de studio verderop en maakt gebruik van zijn New Yorkse leefritme om nog tot diep in de ochtend aan een band te werken. Santing loopt in stevige pas aan de overkant op de stoep. Ze zwaait en zwaait. En nog eens. Ze is onderweg in haar straatje. |