| Algemeen Dagblad
18 oktober 1997 tekst Astrid van Leeuwen __________________________________________________________________ Mathilde Santing en haar tweelingzusje Ze past niet in het kader hapje-drankje-liedje, vindt ze. Een entertainer is ze niet, daarvoor neemt ze het vak te serieus. En is ze in de opnamestudio, midden tussen alle lichtjes, dan zit ze toch weer in de cockpit van haar vader. "Doe ik het goed? Ken ik mijn verantwoordelijkheden?" Want het vliegtuig mag niet neerstorten. Ze bijt zachtjes op haar lip. Wrijft haar handen enkele malen stevig over haar gezicht. Een diepe zucht. Mathilde Santing denkt na over de betekenis van muziek in haar leven. Dan, terwijl ze haar handen langzaam vouwt: "Eerst was de muziek de manier, de enige manier, om mijn eigen pad te trekken, om mijn eigen wezen te leren kennen. Ik kom uit een heel rationeel gezin. Een gezin waarin te weinig bij de pakken werd neergezeten. Ik kon dat wel, door te zingen. Later, vanaf dat moment dat de liefde voor muziek mij echt te pakken had, werd het willen beschermen van het vak een doel op zich. Ik pas niet in het kader hapje-drankje-liedje, ben geen entertainer. Ik benader mijn vak als kunstenares, neem het serieuzer dan menigeen. Ik heb altijd songs gekozen die me echt raken. Songs waaraan ik een eigen lading kan geven. Zo bescherm ik mezelf, maar ook de muziek in het algemeen. Ik roep ook altijd 'ik schnabbel niet', want dat vind ik geen manier om je vak te behandelen. Ik geloof in alles wat ik doe". Ook in Joe. Mathilde verbaast zich erover dat de theaterafdeling van Joop van den Ende, producent van Joe, door veel mensen op één hoop met het commerciële televisie-amusement wordt gegooid. Met haar voor de musical aangebrachte lange rode nepnagels haalt ze even uit:"Gestileerde borrelpraat. Stemmingmakerij". Om dan weloverwogen te vervolgen: "Het is toch vreemd dat de pers het onderscheid niet weet te maken tussen twee geledingen van een bedrijf. Ik was niet alleen delighted to be invited, ik was ook aangenaam verrast met zoveel fantastische mensen aan Joe te mogen werken. Joe is bovendien een nieuw verhaal. Denk je dat ik de kans om deel uit te maken van zo'n geweldig creatieproces zou afslaan? Ik zou wel gek zijn". Is de zangeres in de musical een verbindingsofficier halverwege hemel en aarde, de recensies prezen Mathilde regelrecht de hemel in. Wát een stem. Wát een uitstraling. "Maar ik was net zo perplex als de anderen door de negatieve kritiek op de musical an sich. Waarom het werkelijk gaat, heb ik in geen krant kunnen terugvinden. Joe is niet zo maar een simpel liefdesverhaaltje, Joe gaat over vasthouden en loslaten. Over lessen die ieder van ons moet leren. Een verhaal met veel meer nuance dan door de critici is opgepikt". Mathilde zingt sinds de dag waarop haar moeder haar voor het eerst een liedje leerde. "Twee emmertjes water halen en dat, hupsakee, elke keer maar weer herhalen". Net vijf jaar oud belandde ze, via een buurmeisje, op de muziekschool bij mevrouw Zwart. Ze kon zich nooit herinneren wat ze in de vorige les had geleerd. Mevrouw Zwart gaf haar leerlingen veel improvisatiebeurten, maar met uitvoeringen werd Mathilde overgeslagen. "Ik was bang en zij wist dat". The story of my life, noemt ze het nu: bleu-zijn in haar vak. "De eerste tien jaar van mijn carrière ben ik heel verlegen geweest". En toch: "Als kind was ik óók heel bijdehand". Haar blauwe ogen lichten op. "Veel lol gehad en kattekwaad uitgehaald met de vriendin die ik sinds mijn derde ken. Ik zie haar nog voor me met haar lange vlechten. We pastten goed bij elkaar. Hadden we elkaar niet gehad, dan waren we misschien eenlingetjes geweest. We hadden wel door dat we een beetje anders waren". Haar jeugd was, zegt ze, gelukkig. "Met ouders die heel bewust bezig waren om ons een fijne tijd te bezorgen. Non-conformisten. Met duidelijke idealen". Een geluk dat barsten opliep toen je vader in een psychose raakte. "Ja ho eens even. Jij snijdt dat onderwerp nu zo maar aan. Ik doe dat niet. Ik heb zijn - korte - ziekte wel eens genoemd, omdat, wanneer je het altijd alleen over een volmaakt gelukkige jeugd hebt, je geen compleet beeld van jezelf schetst. De spanningen, het onbenoembare worden op die manier overgeslagen. Maar dat betekent niet dat ik mijn hele leven over die periode wil praten. Ook omdat het niet alleen mij persoonlijk aangaat". Ze tuurt over het water van de Amsterdamse Keizersgracht. "Natuurlijk heeft die ervaring diepe sporen achtergelaten. Een dergelijke ziekte kan de deur op een kier zetten. Je wordt er met andere woorden emotioneel zelf ook vatbaarder door. Maar ik ben minstens evenzeer beïnvloed door de consciëntieuze manier waarop mijn vader zijn beroep als piloot uitoefende. Als ik merk dat mensen ergens een potje van maken, neem ik dat heel zwaar op. En zit ik in de opnamestudio, met al die lichtjes om me heen, dan zit ik toch weer in de cockpit van mijn vader. Doe ik het goed? Het vliegtuig mag niet neerstorten. Een heavy chick, dat ben ik!" "Nee", zegt ze bijna bestraffend, "perfectionistisch is daarvoor niet het goede woord. Perfectionisme vind ik uiterlijk vertoon, het eindeloos blijven stilstaan bij tierelantijntjes. Mij gaat het om de inhoud. De inhoud van mijn teksten, van mijn team, van mijn vak. Je bandleden voor een concert een goede maaltijd geven, is dat perfectionisme? Ik noem dat common sense. Je wilt toch dat ze goed spelen? Nou, dan zorg je dat er meer te happen is dan een stel Marsen". Op haar telefoonbeantwoorder staat: "De gezusters Santing zijn er even niet". De zus blijkt een denkbeeldig tweelingzusje te zijn. "Frederique, roepnaam Fred, naar Fred Flintstone. Fred vond Mathilde te serieus, te netjes. Ik ben ook heel serieus. Maar er is ook een andere kant in mij die zegt 'kom we gaan lekker zingen bij het kampvuur'. Fred moest ervoor zorgen dat die kant meer aan bod kwam. Ik heb haar zelfs een keer een rol in een programma gegeven. Dan was Mathilde zogenaamd even weg en dan spoorde Fred de band aan om iets uit The Sound of Music te spelen, want daar zou Mathilde dan rustig van worden. "Fred bestaat nog steeds. Ze is er gewoon. Maar we vormen nu meer een geheel. Fred is een beetje serieuzer geworden, Mathilde wat lolliger". Opgelucht:"Ik heb de laatste tijd wel iets meer van go with the flow. Ik ben iets makkelijker. Heb onlangs zelfs een commercial ingezongen. Mensen denken nog vaak 'dat doet ze toch niet', maat het was een mooi liedje, dus waarom niet. Ik probeer mezelf ook bewust te porren voor wat uitstapjes. De bescherming van mezelf en van het vak blijft, maar tegelijkertijd zoek ik naar wat meer speelruimte, naar ruimte voor mezelf". Als iets haar stoort in de publiciteit rondom haar, dan is het wel de enorme ontwikkeling die ze in de laatste tijd heeft doorgemaakt, vrijwel onopgemerkt is gebleven. "Veel mensen denken 'dat kennen we nu wel'. Zo zijn mijn laatste twee cd's in sommige kranten niet gerecenseerd. "Maar ik ben erg veranderd. En daar heb ik zelf heel hard aan gewerkt. Cursusje hier, meditatietje daar. Vooral aan de zangworkshops van Jan Kortie, waaraan ik als docent verbonden was, heb ik veel gehad. Ik merk dat ik nu veel meer aankan. Wat het zingen betreft, maar ook mentaal. Ik zit lekkerder in mijn vel, ben nu veel meer Mathilde dan ik vroeger ooit kon zijn. Ik denk dat ik toen onbewust dingen censureerde. Bepaalde gevoelens liet ik niet op het podium toe en evenmin in het dagelijks leven." Ze haalt haar handen door haar 'blonde rommelkopje' (haar woorden) en zegt blijmoedig dat ze het iedereen kan aanraden: verwerk je verleden. "Je hebt maar één kindertijd. Eén vijvertje. En je kunt de minder aangename dingen die je daarin tegenkomt niet steeds terug blijven gooien. Je zult er toch een keer uit moeten halen, ze afspoelen en een plaats geven. En wanneer je dat doet dan blijkt het allemaal opeens heel erg mee te vallen. Dan kun je plotseling ook de schatten in de vijver weer vinden. "Maar je kunt niet niét vissen, want dan zul je nooit weten wat je allemaal mist. Ook moeilijke ervaringen kunnen heel inspirerend werken. En heb je eenmaal iets verwerkt, dan kun je aan een nieuw hoofdstuk beginnen, dan pakt dat iets je niet meer constant in je nek of bij je achillespees". En wat merkt het publiek van die verandering? "Er is nu veel minder afstand tussen ons. Het gaat goed met me en dat uit zich in mijn zingen. Ik begin nu echt de vruchten te plukken van alle jaren van bescherming van mijzelf en mijn muziek. Ik doe datgene wat ik altijd heb willen doen en de concentratie die dat bij me oproept, maakt dat ik de afstand tot het publiek veel makkelijker kan overbruggen. Mijn concerten zijn daardoor intenser geworden. Vergelijkbaar met, en ik aarzel om het te zeggen, een kerkdienst of een meditatiesessie. Vroeger had ik een behoedzaam en melancholiek verhaal. Nu toont mijn stem ook de kracht, de lef en de sier". Joe, haar eerste musicalrol, is niet het enige 'uitstapje', dat Mathilde dit seizoen maakt. Een week na afloop van de reeks voorstellingen in Carré beginnen de repetities voor Grip, een muziek- en dansvoorstelling waarin ze het podium deelt met haar vroegere klasgenote, de danseres Anne Affourtit. "Anne is mijn andere jeugdvriendin, ik ken haar al 25 jaar. Het is een vriendschap waarin tijd geen rol speelt. We zien elkaar niet vaak, maar houden contact, ook al zijn we heel verschillend. Je zou kunen zeggen dat de een over het noordelijk en de ander over het zuidelijk halfrond is gereisd, maar dat we toch hetzelfde hebben geleerd. En botst het tussen ons, dan krijgen we het daarvan nooit Spaans benauwd. We komen daar altijd heel goed uit, eerlijk en nooit oppervlakkig. "Ik ben heel trouw in vriendschappen. Ik heb niet veel vrienden en ik geef de voorkeur aan vrienden die mij kennen van voor de tijd dat ik dé Mathilde Santing werd. Ontmoet ik nu iemand, dan begint de verstandhouding toch al meteen wat raar, een beetje scheef". Het (gesubsidieerde) project met Anne Affourtit is ook belangrijk voor Mathilde omdat het haar veel meer ruimte biedt dan de commerciële muziekpraktijk doorgaans doet. "Als popmuzikant zit je toch erg vast aan het patroon van liedjes van zo'n drieëneenhalve minuut en een cd met 12 nummers. Niemand zegt ooit 'maak eens een plaat en zie maar hoe je het aanpakt'. De gesubsidieerde sector, en daarmee dit project, betekent voor mij een ongekende vrijheid". Is de tournee met Grip achter de rug, dan staan de Gay Games in Amsterdam voor de deur. Mathilde doet mee. Als zwemster. Ze giechelt kuiltjes in haar wangen. "Ik was nooit zo'n sporttypje. Ik heb bal- en valangst en was altijd een dikkerdje. Maar dit is ontzettend leuk. Samen met een vriendin bereid ik me voor. De lagere-schoolsfeer eraan bevalt me. Het is voor mij een geintje, al zal ik straks intensiever moeten trainen." Dan, serieus,:"Ik doe natuurlijk ook mee voor de zichtbaarheid. Ik vind dat er in Nederland tegenwoordig wel erg luchtig wordt gedaan over het nut van homo-manifestaties. Het zou allemaal achterhaald zijn. Nou, ik ben het daar niet mee eens. Ik ben zelf als rechtgeaard heteromeisje begonnen en ontdekte pas later dat ik biseksueel ben. Misschien dat ik er daarom beter zicht op heb. Er valt nog heel veel te verbeteren op het gebied van acceptatie van homoseksuelen, en is het niet in ons land, dan toch zeker in het buitenland. Waar ik ook niet blij mee ben is die zogenaamde tolerante het-doet-er-niet-toe-en-dus-hoef-je-er-niet-over-te-praten-instelling. Want waarom zou je niet over iemands seksuele voorkeur praten, als je het wel over zijn haarkleur, zijn ras of zijn religie hebt? Het wordt mensen vaak te heet onder de voeten. Jammer, want de variëteit in geaardheid vind ik juist zo fascinerend". Een internationale doorbraak, hoop je daar nog op? "Ja god, zoiets kun je niet zo makkelijk voor jezelf regelen. Ik heb me voorgenomen mezelf zo gezond en gelukkig mogelijk te houden, zodat mocht de kans zich aandienen, ik er klaar voor ben. Ik zou het wel willen. Omdat Nederland toch heel klein is. Maar ik ben voor alles een teamwerker. Ik heb een fantastische band en die samenwerking zou ik nooit opgeven voor een carrière in het buitenland als zangeres met een beautycase". Berustend:"Ik ben er wel achter gekomen dat je wanneer je ontevreden bent of wanneer je je leven te veel analyseert, je voorbijgaat aan de loop van de dingen. Ik heb ervoor gekozen geen kinderen te krijgen. Maar ik geloofde wel altijd dat wanneer ik zou willen moederen, er zich vanzelf een kind zou aandienen. En dat is ook gebeurd. Ik heb elke woensdagmiddag een oppaskindje. "Een ander voorbeeld: toen Cor Bakker tussendoordeuntjes bij Paul de Leeuw ging spelen, reageerde zijn familie met onbegrip. Hoe kon zo'n getalenteerd musicus zo'n stap zetten? Maar het resultaat is wel dat Cor nu overal terecht kan en alles kan doen waarvan hij ooit heeft gedroomd". Een triomfantelijke blik. "Ik bedoel maar. Als je alles wilt plannen, alles wilt doorgronden, dan vergeet je hoe wonderlijk de dingen soms kunnen lopen. Hoe yin en yang op elkaar werken. En dat dat vaak totaal anders is dan wij met ons schoolmeestervingertje ooit hadden kunnen denken". "Laatst zond het televisieprogramma Buitenhof een item uit over discriminatie. Een psychiater legde uit dat mensen veel sneller positieve eigenschappen toekennen aan personen buiten die groep. Wil je, zei hij, discriminatie terugdringen, dan moet je er voor zorgen dat mensen meer personen tot hun wij-groep rekenen. "We kunnen ons dus met z'n allen wel erg gaan zitten opwinden over de zogenaamde vervlakking in de maatschappij en over de zogenaamde vervlakkende MTV-cultuur, maar aan de andere kant komen mensen daardoor ook dichter bij elkaar te staan. Zodat ze bereid zullen zijn meer mensen tot hun eigen groep te rekenen, waardoor discriminatie zal verminderen. We moeten met andere woorden integreren. Zorgen dat iedereen erbij hoort. Misschien is dat ook wel de functie van de kunsten: het individuele verbinden met het superuniverseel". |